Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
i\i
Toepassingen.
Waarom schijnt de snelle bewegiug van een rijtuig op eenen grooten af-
stand slechts traag te zijn ?
Waarom zouden horologiemakers, plaatsnijders, enz, doorgaans eerder dau
andere lieden bijziende worden ?'
Waarom zou iemand, die gedurende een groot deel van zijn leven zeeman is
geweest, het zien van nabijzijnde voorwerpen moeijelijk vallen?
Waarom zou men in het water, zelfs bij de meest mogelijke zuiverheid, zeer
onduidelijk zien? Denkt aan het geringer verschil in brekend vermogen, dat
er is tusschen het water en de deelen van het oog, dan wel tusschen de lucht
en het oog ?
Waarom zou men, om in het water op eenigen afstand te zien, zeer bolle
glazen noodig hebben ?
Waarom zou de lens in het oog van de visschen bijna bolrond zijn?
VIJF EN VIJFTIGSTE LES.
Mikroskopen. Verrekijkers of Teleskopen.
Wij moeten thans de werktuigen beschrijven, die het oog in omstandigheden,
waarin het niet meer duidelijk ziet, helpen, die daardoor den mensch het ge-
not hebben geschonken, om de wijsheid van den Schepper na te sporen tot in
de kleinste en, oppervlakkig beschouwd, minstbeduidende deelen der bewerk-
tuigde en onbewerktuigde schepping ; om de door hunne kleinheid aan het
oog ontsnappende insecten, de bestanddeelen der planten, de onderdeelen van
het dierlijk ligchaam, enz. tot in de kleinste bijzonderheden gade te slaan :
werktuigen, die hem den toegang hebben gebaand tot de verst afgelegene dee-
len der schepping; hem het sterrengewelf doen doorwandelen; de wetten,
volgens welke de hemellichten zich bewegen, hebben doen bepalen { onfeilbaar
doen voorspellen, welke verschijnselen de hemel na eeuwen moet opleveren ;
nog dagelijks nieuwe schoonheden, nieuwe wonderen onthullen; de treffendste
bewijzen hebben geschonken, voor welk eene hooge veredeling de menschelijke
geest vatbaar is, enz. Gij gevoelt reeds, welke werktuigen hier bedoeld wor-
den: het Zijn in het algemeen de kijkers, zoowel die, welke dienen om kleine
voorwerpen van teer nabij duidelijk te bezien, en ze ettelijke honderdmalen te
vergrooten, mikroskopen (kleinkijkers) genaamd , die door onzen landgenoot
Leeuwenhoek iu de 17de eeuw werden uitgevonden, als dezulke, die strekken,
om ver verwijderde voorwerpen, zoo het schijnt, digt bij ons te brengen, en
die teleskopen (verrekijkers) genaamd worden. Wij zullen met de mikroskopen
beginnen,