Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.410
■winnen der openingen over het rood, maakt dat de roode kleur steeds leven-
diger wordt, en eindehjk in een glansrijk rood overgaat, wanneer de openin-
gen juist over het rood staan. Deze kleur blijft nu zoo lang standhouden, tot
de openingen eeu gedeelte vau het wit gaan innemen; alsdan begint het rood
flaauwer te worden, gaat langzaam in een steeds helder wordende rozenkleur
over en wordt eindehjk wit. Dit verandert voortdurend iu een blaauw, dat
immer levendiger wordt, en daarop door het zwart wordt verdrongen. Bij
voortgezette beweging, herhalen zich de verschijnselen iu dezelfde orde.
De overgang van de eene kleur in de andere geschiedt met eene ongeloofe-
lijke liefelijkheid, vooral dau, wanneer men gezorgd heeft, dat de middelliju der
rollen zooveel mogelijk gehjk is, en de beide snoeren gelijke spanning bezitten.
De heer van Dreeven alhier wijzigde de plaatsing der kleuren op eene zeer ver-
nuftige wijze, waardoor de proefneming eene groote verscheidenheid wordt bij-
gezet. Hij heeft als het ware van de schijven een kleuren- of oog klavier Qemaakt.
Dit deed hij langer dan een jaar vóór den tijd, dat Unger iu de annalen van
Poggendorfif (1853 N' 1, Bd. 88) er melding van maakte, als iets geheel nieuws,
door prof. Ruete daargesteld.
Wij moeten stilzwijgend voorbijgaan de verdere mededeelingen aangaande de
subjectieve verschijnselen in het oog door Dove, Plateau, Fechner, Siusteden en
anderen geleverd. De heer Logeman, die zich ook in dat opzigt op de hoogte I
der wetenschap gesteld heeft, voegt al de hiertoe betrekkelijke zaken bij de
meermalen vermelde rotatie-toestellen.
Even als bij het gebruik der stroboskopische schijf de beelden op het netvlies
goed waarneembaar worden, omdat de ruimte tusschen de openingen aan den
rand der schijf het netvlies eene korte rust geven, zoo ook kan men op eene
schijf (zie fig. 230), die iu afwisselende zwarte eu witte sectoren verdeeld is,
Fig. 230. en bij snelle omdraaijing lichtgrijs schijnt te zijn, de sec-
toren zeer goed onderscheiden, wanneer men de vingers
van elkander verwijderd, en ze snel voorbij de oogen
heen en weder van de eene naar de andere zijde beweegt.
De verklaring volgt uit het voorgaande. Indieu men uit
een blikken of bordpapieren schijfje sectoren snijdt, eu
het dan snel voor de oogen ronddraait, kan men zelfs
daardoor deu vorm van eeu ligchaam onderscheiden, dat
aan een' draad snel wordt rondgedraaid. Zóó zou het mogelijk worden, deu
loop van een' kanonskogel te volgen. Hetzelfde doel bereikt men, indien men
zich iuhet duister bevindt, en voor de snelronddraaijende schijf fig. 230 eene
dectrische vonk doet overspringen. Daar dit licht zeer kort aanhoudt en dus
slechts oogenblikkelijk verlicht, is het alsof de schijf stil staat. Zoo zou men
ook de spaken van eeu ronddraaijeud wagenwiel kunnen ond^'rscheiden, als
zij door deu bliksem verlicht werden.