Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.409
Fig. 229.
A

eerste schijf, maar bhjft 3
duimen van den rand, en
geeft den hoek slechts \ van
de grootte der eerste secto-
ren. Aan het middelpunt laat
men een' afstand tusschen
deze openingen blijven van 4
duim, en maakt dan de ge-
heele schijf donkerzwart. Nu
bevestigt men door schroeljes deze schijven op twee kleine rolletjes van 3
duim middellijn, en brengt deze rolletjes zoodanig op eene as, dat de schijven
in loodregte rigting, evenwijdig aan elkander, 3 duim afstands hebben. Over
de rolletjes worden darmsnaren gelegd, die in ondiepe groeven loopen, welke
in den rand van eene andere groote houten schijf gemaakt zijn, van 15 duim
middellijn, en die bevestigd is op eene as, welke van eene handgreep is voor-
zien. Eindelijk zijn de snoeren zoo omgeslagen, dat beide rolletjes en dus ook
de schijven naar denzelfden kant omdraaijen. De gekleurde schijf moet aan de
achterzijde door eene lamp sterk verlicht worden, en de waarnemer tegen over
de zwarte schijf staan, met de oogen ter hoogte van het middelpunt der schyf
en tenminste op eene el afstand, terwijl een ander door middel der kruk de
schyven rondvoert.
Na dit alzoo te hebben gesteld, verbeelde men zich voor een oogenblik, dat
de beide kleine rollen volmaakt even groot en de koorden even dik en even
sterk gespannen zijn. Dan zullen bij het omdraayen beide schijven gelijke snel-
heid bezitten, en zoo de uitgesnedene stukken der eene schijf tegenover het
rood der andere schijf staan, zal de waarnemer, btj eene behoorlijke snelheid
van omdraaijing, de geheele cirkelronde ruimte met eene roode kleur overtrok-
ken zien.
Maar de gezegde gelijke snelheid kan niet tot stand worden gebragt, al
waren de rollen nog zoo zorgvuldig bewerkt. Een zeer klein verschil in de
spanning der snoeren is reeds in staat het gelijkmatige der snelheid te verstoren.
Er zal alzoo een gering verschil plaats grijpen tusschen de snelheid der beide
schijven, en hierop berust de misleiding, waarvan hier sprake zijn zal.
Stel namelijk, dat de schijven rondgaan in de rigting door de pijltjes aange-
wezen, en dat de zwarte schijf een weinig meerdere snelheid heeft dan de ge-
kleurde. Nu drage men zorg, dat de openingen juist voor het midden der
zwarte vakken op de gekleurde schijf staan ; dan zal de waarnemer bij den aan-
vang der beweging slechts eene zwarte vlakte zien. Maar daar de betrekkelijke
^'gging der openingen in de voorste en zwarte afdeelingen in de achterste schijf
verandert, zoo zullen na eenigen tijd de openingen over een gedeelte van de
roode afdeelingen beginnen te staan, en bij gevolg ziet de waarnemer dc zwarte
vlakte zich gelijkvormig met een zwak rood overdekken. Het toenemend veld