Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
■iü
.407
rust. De middellxire duurtijcl van de grootste heldeiheid tot volkomene ver-
dwijning bedraagt 0,34 seconde.
Proefnemingen hebben aangetoond, dat de indruk van witte en gele voor-
werpen op het netvlies even lang duren, die van roode korter, en van blaauwe
nog korter. De eerste indruk vaneenig voorwerp, dat zich snel beweegt, duurt
dus nog voort, terwijl de tweede indruk ervan, wanneer het op eene andere plaats
is gekomen, reeds volgt; alzoo ontstaat er op het netvlies eene regte of kromme
lijn, al naar dat het ligchaam zich beweegt, of wel, zooals wij gezien hebben, eene
ineensmelting van verschillende kleuren. Eene gloeijende kool beschrijft dus
een' vurigen kring, wanneer zij maal in eene seconde wordt omgedraaid.
Om dezelfde reden vertoont zich eene trillende snaar slechts als een platte
breede band, verdwijnen als het ware de afstanden tusschen de spaken van een
snel loopend rad, doet zich de bliksem of eenig ander in den dampkringsnel
voortschietend punt als eene straal voor, vertoont insgelijks de klimmende
vuurpijl slechts eene lichtstreep, en honderd andere zaken meer.
Wanneer men op een schij^e kaartpapier aan de eene zijde een vogelkooitje
teekent en aan den anderen kant, juist tegen over de kooi, een in stand met de
kooi omgekeerd vogeltje, en men geeft door middel van twee draden, welke
aan twee tegen over elkander liggende kanten der schijf zijn vastgemaakt, door
ze tusschen de vingers te rollen, aan het papier eene draaijende beweging,
zoo zal het vogeltje in het kooitje schijnen verplaatst te zijn. Gij bemerkt,
dat men in de beide teekeningen zooveel verscheidenheid kau brengen, als men
verkiest.
Een der aardigste en zinrijkste toestelletjes van dezen aard levert de sirobo-
skopische schijf op. Deze heeft omtrent 20 tot 30 duim middellgii (zie fig. 227j,
kan om eene as x ronddraaijen, welke as aan eenen steel A (dien meu in de
figuur achter de schijf moet verbeelden door te gaan) verbonden is. Aan den
rand dier schijf zijn vierkante openingen, 1, 2, 3, 4« ) ^^P gelijke afstanden
gemaakt; het deel, hetwelk binnen den kring gelegen is, dien de openingen
insluiten, is door eene met teekeningen voorzienen ring B CD belegd, waarop
dezelfde figuur in zoo veel op elkander volgende standen juist onder iedere ope-
ning voorkomt, als er openingen in de schijf zijn. In onze figuur is een zeer
eenvoudig voorwerp, namelijk een slinger, afgebeeld. Onder de opening 1 hangt
hij ter linkerzijde zoo schuin, alsof hij aan dien kant zijn hoogste punt be-
reikt had; bij de opening 2 schijnt hij reeds eenigzins gedaald, en bij de
opening 3 in den loodregten stand gekomen te zijn; tegenover de opening 4
klimt hij naar de regterzijde op, enz. De schijf wordt nu met de beschilderde
vlakte naar den spiegel gekeerd en men kan nu, door het oog voor eene der
openingen te houden, de beelden op het beschilderde gedeelte waarnemen.
Draait nu de schijf in de rondte, zoo gaat de eene opening na de andere voorbij
het oog; bij eiken terugkeer van eene opening kunnen de stralen, die van den
spiegel terugkaatsen, het oog treffen, terwijl men niets ziet, gedurende den