Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.406
en het wordt dezen prikkel of die opwekking onttrokken, zoo tracht het orgaan
zijnen normalen toestand terug te krijgen, door eene soort van heweging, die
eenige overeenkomst heeft met eene stalen veér, welke eerst uit zijn, eyenwigts-
toestand gebragt, en dan losgelaten zijnde, door bestendig kleiner wordende
slingeringen in den evenwigtstoestand terug keert. Het orgaan overschrijdt
alzoo ook den normalen toestand door eene tegengestelde beweging. In deze
redenering ligt de verklaring opgesloten der volgende verschijnselen. Wanneer
meu langen tijd op een stroomend water heefl gestaard, en men slaat de oogen
plotseling op den oever, zoo schijnt deze zich in eene aan den stroom tegen
overgestelde rigting te bewegen. Zit men in een' spoorwagen en heeft men
langen tijd onder het rijden de oogen gevestigd op den grond, zoo ziet men
op de plaats der rust den grond eeuen tegenovergestelde beweging aannemen.
Dit verschijnsel duurde bij steller twee tot drie minuten na de rust voort.
Deze beweging, zuiver subjectief zijnde, kan weder niet bij alle personen dezelfde
zijn. Plateau heeft daaromtrent eene proef voorgeschreven, die buitengewoon
verrast. Op eene dof zwarte bordpapieren schijf van 3 palm middellijn teekeiit
men eene helder witte, eene streep breede spiraal, van slechts 3 ä 4 windingen
(zie fig. 226) en zet de schijf oj> de as vau het op bladz. 308 vermelde rotatie-
Fig. 226
toestelletje. Draait men nu de schijf tamelijk
snel rond, in de rigting van het pijltje, zoo
zien de op eenigen afstand voor dc schijf
geplaatste waarnemers de spiraal als het ware
kleiner worden, naar het middelpunt toe
inkrimpen; vestigt men nu onafgebroken de
oogen op de helderverlichte, draaijende spi-
raal, zoolang tot het oog er door vermoeid
geraakt, en meu als het ware geene zuivere
hjn meer onderscheidt, en wendt men uu
plotseluig het oog naar het hoofd van deu
persoon, die draait, of naar eenig ander voorwerp, zoo breidt zich dit sterk
uit, het schijnt grooter te worden, juister uitgedrukt, de persoon of het voor-
werp schijnt ous te naderen.
Draait meu de schijf in eene andere rigting, dan is het alsof de spiraal van
het middelpunt zich uitbreidt of grooter wordt; wendt men daarna het door
de waarneming vermoeide oog naar andere voorwerpen, zoo schijnen deze in
te krimpen, zich te verwijderen. De algemeene verwondering blijft bij deze
proefneming nimmer uit. Het is goed, dat het licht, 't welk de schijf bestraalt,
weder voor den aanschouwer bedekt bhjve.
Wij willen thans nog met een enkel woord spreken over den tijd, dien dc indruk,
vau het beeld op het netvlies moet aanhouden, zal de aandoening in de ziel tot
l>ewustheid gebragt worden. Wanneer er een beeld op het netvlies ontstaat, komt
na de verdwijning van het voorwerp zelf het netvlies niet oogenblikkelijk tot