Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.98
oog; deze stralen loopen zamen naar een punt, dat achter het netvlies valt,
snijden derhalve het netvlies op twee niet met elkander overeenkomstige plaat-
sen, en ziedaar dus twee beelden geboren, die weder tot één worden, zoodra
het voorwerp op den afstand van duidelijk zien zich bevindt. Waarom het
voorwerp bij verwijdering weder duhbeld zal schijnen, berust op denzelfden
grond.
Onder de meest nuttige en weldadige toepassingen der leuzen behoort zeker
hare aanwending bij de zamenstelling van brillen. W^ij laten hier eene korte ver-
klaring van dit eenvoudig werktuig volgen.
Het gebrek van bijziendheid ontstaat hoofdzakelijk daaruit, dat het oog te bol
is ; hierdoor worden de lichtstralen der voorwerpen, die op zekeren afstand
liggen, te sterk gebogen, en vereenigen zij zich derhalve vóór het netvlies in
a (zie fig. 218), zoodat er geen duidelijk zien mogelijk wordt. Voegt men nu
Eig. 218. zulk een oog eene holle lens l toe, dan
doet deze de stralen s' en s' na hunnen
doorgang verder uit elkander loopen, en
hunne breking in het oog is nu zoodanig,
dat ze zich juist op het netvlies in v ver-
eenigen. De bijziende ziet bij gevolg door
zijnen bril de voorwerpen kleiner en dig-
ter bfi; en waarom digter bij ? omdat de afstand van het beeld v van de lens
grooter is gemaakt, (zie blz 392). Daar met bet toenemen der jaren doorgaans
de afstand van duidelijk zien grooter wordt, zoo vermindert gemeenlijk het ge-
brek van bijziendheid bij toenemenden ouderdom.
Het gebrek van verziendheid spruit voort uit eene te groote platheid der
oogen. De beelden der voorwerpen, die zich op zekeren afstand van zulk een
ie plat oog bevinden, ontstaan achler het netvlies in a (zie fig. 219). Brengt
219.
men voor dit gebrekkige oog eene
bolle lens /, zoo worden de lichtstra-
len s' en s* na hunnen doorgang
door de leus meer tot elkander ge-
bragt, en de breking in het oog be-
werkt nu verder, dat het beeld zich
in V op het netvlies vertoont. Men
ziet derhalve de voorwerpen door
zulke brillen grooter en verder af. Oude lieden gebruiken doorgaans brillen,
voorzien van bolle elazen. Voor hen zijn de brillen een weldadig geschenk. Ont-
neemt den oude van dagen den bril, en gij veroordeelt hem tot een schier
nutteloos en zeker doodelijk vervelend leven.
Laat ons thans eens nagaan, hoever de ligchamen zich wel van het oog kun-
nen bevinden, om nog duidelijk te kunnen worden waargenomen.
Owde uiterste grens uit te drukken, tot welke een gezond oog in de vertö