Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
even onmogelijk als het verkrijgen vau een volmaakt achromatismus. Men
noemt lenzen, die zooveel mogelyk van de kleurschifting ontdaan zijn apla-
natische lenzen.
Wij willen hier nog bij voegen, dat de ontdekking vau de Fraunhofersche
strepen veel heeft bijgedragen en dit zeker nog meer doen zal, tot waarne-
ming van 't verschil iu de ethergolven, die in soort onderscheidene lichtbronnen
voortbrengen, ofwel, die dezelfde lichtbron onder verschillende omstandigheden
veroorzaakt. Het licht der ondergaande zon bij voorbeeld onderscheidt zich van
dat der hooger staande zon, door meer donkere strepen in het spectrum. Het
licht der vasten sterren Sirius en Castor doet eene breede streep in het groen en
twee in het blaauw zien; en in het licht vau andere vaste sterren toonen zich
weder andere verschijnselen. Het licht der planeten is gehjk aan dat der zon.
Het licht, door verbranding van verschillende metalen tusschen de polen eener
sterk electrische batterij voortgebragt, kenmerkt zich bij elke metaalsoort
door een eigenaardig stelsel van strepen in het spectrum, zoodat men zelfs
de mogelijkheid begint iu te zien, om door de verbranding vau een metaal-
mengsel, uit het strepenstelsel te bepalen, welke metalen in het mengsel voor-
komen. Men vermoedt, dat het ontstaan der strepen in het algemeen het gevolg is
van het elkander onderling vernietigen der lichtgolven van verschillende grootte.
VIER EN VIJFTIGSTE LES.
Hel oog. Objeclieve en subjeclievc lichlverschijnselen.
Wij moeten thans het werktuig beschrijven, waardoor men alleen de ver-
schijnselen betrekkelijk het licht kan gewaar worden, en dat ons als het ware
iu onmiddellyke aanraking brengt met al wat zich buiten ons bevindt. Dat
werktuig is het zintuig van het gezigt, het oo^, eeu eenvoudig, hoogstbewon-
derenswaardig deel van ons ligchaam. Wij zien hier niet zoo zeer op de doel-
matige plaatsing van den oogbal in het hoogste gedeelte van het menschelijke
ligchaam, ten einde veel te kunnen overzien; noch op de verwonderlijke be-
scherming, die het oog ten deele viel, als liggende iu eene sterke, met week vet
bekleede beenholte, die het tegen stooten als anderzius beschermt, voorzien
van wenkbraauwen, die het vau het voorhoofd afdruipende zweet afleiden, en
van buigzame oogleden, die, met zachte haartjes (oogharen) bekleed, alle slof
afkeeren; maar wij beschouwen het oog als een uitmuntend gezigtkundig werk-
tuig, welks voortreffelijkheid alleen bewezen en verklaard kan worden uit de
wetten aangaande de voortplanting eu breking van het licht, die wij in de
voorgaande lessen hebben onderzocht.
Zij hg 216 de doorsnede van een menschelijk oog, juist in grootte eu
in alle afmetingen met het natuurlyk oog overeenkomende. Het is eene
18