Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.891
haar gewigt zal u uit de volgende redenering blijken. Daar waar lichtstralen ge-
broken worden, worden zij ook in kleuren geschift. Dat zulks niet bij lichtstralen
in het oog valt, die door eene middelstof gaan, welke door evenwijdige vlak-
ken begrensd is (zie fig. 185), is een gevolg van de evenwijdige uittreding der
kleurenstralen, zoodat al de kleuren van de naast elkander liggende stralen
als het ware op elkander vallen en dus wit licht voortbrengen. Maar wij
hebben ook de straalbreking leeren kennen, zooals zij door lenzen wordt tot
stand gebragt, en beschouwden haar als de oorzaak van het onberekenbaar
uut, dat de convexe glazen als vergrootglazen ons aanbrengen ; bij deze echter
bestaat wel kleurschifting, die hiep zelfs als een wezenthjk gebrek optreedt,
want zij is de oorzaak, dat het licht, 't welk door de lens valt, of liever elk
beeld er door voortgebragl, gekleurde randen verkrijgt, die de omgrenzing min-
der scherp maken en het oog vermoeijen. Deze schifting is een gevolg van de
ongelijke breking der lichtstralen. Zoo A (zie fig. 213) eene lens is, zal dc ver-
Fij. 213. eeniging der violette stralen, die
het sterkst gebroken worden, bijvb.
in V vallen, en die der roode in r.
Tusschen beiden liggen de veree-
nigingspnnten der overige stralen,
en wanneer men nu tusschen v en r
een wit papier m n brengt, ver-
krijgt men een helder gekleurden
rand om den lichtcirkel, die van helder rood in blaauw overgaat, vooral wan-
neer de lens vrij vlak is en dus een' grooten brandpuntsafstand hééft. Het
was Dollond, die zijn' naam onsterfelijk maakte door eene uilvinding, die deze
kleurschifting bij de lenzen ophief. Wij willen de gronden, waarop zijne za-
menstelling der lenzen berust, kortelijk verklaren.
Het is duidelijk, dat men, om de kleurschifting, die een glazen prisma te
weeg brengt, op te heffen, slechts een tweede prisma, gelijk aan het eerste,
er tegen behoeft te leggen, en wel het eene met den brekenden hoek naar bo-
ven, het andere naar beneden. Immers in dat geval breekt het tweede prisma
de geschifte kleurenstralen in een' omgekeerden zin, doet ze weder vereenigd
het glas verlaten, en vormt ze op nieuw tot wit licht. Maar iiu heeft er ook
geene zoodanige breking van licht meer plaats, dat is, de stralen zijn dan
njet meer zoodanig van hunnen eerstgenomenen weg atgebogeu, dat men
daarvan, bij de zamenstelling der lenzen, het groote voordeel kan trekken,
hetwelk dit, zooals wij zagen, ons aanbiedt Dezelfde opheffing der kleurschif-
ting evenwel, met behoud van de breking of buiging en dus van de verplaat-
sing der voorwerpen, die er door worden beschouwd, kan men verkrijgen,
door twee verschillende stoffen le gebruiken, van welke de eene, bij eene ze-
kere breking der lichtstralen, een spectrum van bekende lengte voortbrengt,
en de andere, bij eene mindere breking, een even lang spectrum geeft. Deze