Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.390
warmte strekt zich dus ver buiten het roode einde uit, en is het grootste even
buiten dat einde. Er zijn geleerden, die uit deze scheikundige en warmte-öp-
wekkende werkingen buiten het spectrum willen besluiten, dat er ook donkere
stralen zijn, die op een' afstand buiten de einden des spectrums hunnen in-
vloed en daardoor hun aanwezen kenbaar maken.
Door het ineenvloeijen of onbegrensde der kleuren boven vermeld, wordt
het zeer moeijelijk, zoo niet onmogelijk, om aan te geven, waar elke kleur
ophoudt, en wat het brekingsgetal voor iederen gekleurden straal is, waariu
het licht, dat door ongelijksoortige middelstoffen gaat, gesplitst wordt.
Het was dus eene belangrijke ontdekking van Fraunhofer, de aanwijzing van
die strepen in het spectrum. Daardoor toch werd het mogelijk, om de grenzen
voor iedere kleur vast testellen, en zoo hun brekingsgelal te bepalen. Fraun-
hofer drukte de brekingsverhouding voor de plaatsen, die hij in het spectrum
met B en H aanwees, ten naasten bij op de volgende wijze uit : bij water door
de getallen 1,331 en 1,3442, bij flintglas No 13 door 1,628 en 1,671, bij
kroonglas N^ 9 door 1,526 en 1,546.
Verder vond hij de lengte van de ethergolven als volgt (de getallen stellen
allen honderdduizendste van strepen voor) : bij B 69, C 66, D 59, E 53, F49,
G 43 en H 40.
Daaruit nam hij voor de gemiddelde lengte der lichtgolven bij rood 65,
oranje 68, geel 55, groen 50, blaauw 46» donkerblaauw 43, violet 39, alles
weder uitgedrukt in honderdduizendste deelen van strepen,
Indieu men met opmerkzaamheid de kleurenbeelden onderzoekt, die door
prismaas vau verschillende stof worden voortgebragt, merkt men weldra op,
dat zij zeer in lengte verschillen. Den hoek rov (zie fig. 211), begrepen tus-
schen den buitensten rooden en buitensten violetten straal, noemt men de
uiteenwijking of dispersie der kleuren. De dispersie bepaalt dus de lengte rv
(zie fig. 211) vau het spectrum. Eeu spectrum door een prisma van water
voortgebragt, is veel korter dan een, dat kroonglas N' 9 doet ontstaan, ter-
wijl het flintglas een spectrum voortbrengt, dat bijna 3y maal langer is dau
het eerstgenoemde en 2^ maal langer dan het laatste. Het spreekt van zelf,
dat hier de brekingshoek eu de hoek van invalling der stralen bij de genoemde
stoffen ondersteld woiden van gelijke grootte te zijn.
Boven is aangewezen, dat flintglas het sterkst brekend vermogen van de
drie genoemde stoffen bezit, maar men moet daaruit niet afleiden, dat naar
reden de brekende kracht sterker is, ook de dispersie of de afwgkingder roode
en violette stralen grooter wordt. Evenmin moet men voorouderstellen, dat
in reden, waarin de lengte van het spectrum of de dispersie toeneemt, ook al
de kleuren in lengte wassen: een spectrum van flintglas b. v. geeft naar even-
redigheid minder rood en meer violet dau een van kroonglas.
Al de bijzonderheden tot hiertoe in deze les vermeld, hebben hoofdzakelijk
moeten dienen, om u met eene uitstekend nuttige ontdekking bekend te maken :