Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.379
Vooronderstelt nu, dat de opening o in het venster nog onbedekt ligt, dat
het prisma nog niet op zijne plaats is, zoo ziet men op den wand CD iu o'
een verlicht, wit, rond plekje, omtrent zoo groot als de opening o Houdt men
echter het prisma p voor de opening, met den brekenden hoek naar boven
gekeerd, zoo vertoont er zich beneden o van r tot v en wel in het brekings-
vlak een langwerpig beeld r' v (zie fig. 203), hetwelk omtrent zoo breed is
als de opening o, maar veel langer dan deze ; het bestaat uit eene opeenvol-
ging van kleuren, die, indien wij van boven at'beginnen, aldus volgen : rood,
oranje, geel, groen, blaauw, indigo of donkerblaauw en violet. Het zijn dezelfde
zachte, aangename kleuren, die wij in het prachtige luchtverschijnsel, den re-
genboog, bewonderen
Dit levendig gekleurde beeld noerat men kleuretvspectrum, prismabeeld, en de
kleuren regenboog-kleuren, prismatische kleuren of ook wel enkelvoudige kleuren.
Had men den brekenden kant van het prisma benedenwaarts gehouden, zoo
zou het spectrum zich boven o' vertoond hebben, en de kleuren zou men in
«ene tegenovergestelde orde hebben waargenomen. De reden van die verplaat-
sing is bij de straalbreking aangegeven.
Wij zien uit deze merkwaardige proefneming, die het eerst ruim 160 jaar
geleden door den grooten Newton genomen werd, dat het witle licht of liever
het gewone daglicht uit zeven verschillende kleuren bestaat; want dezelfde stralen,
die zich in het punt o' helder wit vertoonden, bragten het kleurenbeeld
voort. Daarenboven, indien men de opening in het venster, die, onbedekt
zijude, in eene donkere kamer als eene helder witte plek op eenen zwarten
grond wordt waargenomen, door het prisma beziet, terwijl men dit verticaal
of loodregt voor het oog houdt, zoo ziet men in plaats van de ronde plek
een langwerpig horizontaal liggend prisma-beeld, dat al de kleuren weder be-
zit van dat, hetwelk op den wand ontstond.
Wij noemden die kleuren enkelvoudig, en dat zijn zij inderdaad. Dit wordt
bewezen door in het scherm CD oï C D\ waarop het spectrum werd voortge-
bragt, eene ronde opening te maken ter plaatse, waar een der kleuren, bij
voorbeeld de gele, inviel. Hierdoor worden alle stralen door het scherm terug
gehouden en alleen de gele doorgelaten. Zoo men nu met een tweede prisma
dien straal achter het scherm CD opvangt, wordt hij daardoor niet meer in
kleuren gesplitst, maar blijft geel, en zoo is het ook met al de andere ge-
kleurde stralen gesteld.
Eveneens als zich het witte licht door de verschillende breekbaarheid der
gekleurde stralen in kleuren laat schiften, zoo kan meu uit gekleurd licht
weder wit zamenstellen. Houdt men namelijk tusschen de plaats rv en het
prisma eene leus, en aan den anderen kant in het brandpunt van deze een
wit scherm, zoo vertoont zich daarop een helder wit rond schijQe, gelijk aau
dat, hetwelk door het ongedekte gat in o' te voorschijn treedt; verwijdert men
het scherm verder van de lens dan haar brandpunt ligt, zoo ziet men op hei