Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.378
Wanneer men in een wijd glas met water een' ivoren bal aan een' draad
ophangt en den bal ver\'ülgens door het glas beziet, is het juist, of er een ei
in het glas hangt; dit is eene der fraaiste proeven aangaande de breking
van het licht. Verklaart deze schijnbare verandering van vorm door eene
teekening !
Men verhaalt, dat eene flesch met water, die men iu een door de zon be-
schenen venster nabij het venstergordijn had geplaatst, oorzaak werd van het
iu brand geraken der gordijnen : kan dit waar zijn ?
Wanneer men water tusschen twee horologieglazen insluit, heeft men eene
zeer goede lens ; gesteld nu, men had eene glazen lens vau gelijke afmeting als
de genoemde van water, wier hoofdbraudpunt zal dan het verste van het glas
gelegen zijn ?
Hoe komt het dat, wanneer men eene lens half met de hand bedekt, er toch
nog beelden door kunnen ontstaan? en waarin verschillen zij van die, welke
de geheele lens geeft?
TWEE EN VIJFTIGSTE LES.
Prismatische kleuren. AanvulliDgsldearen. Oorzaak \an de
verschillende kleuren der ligchamen.
Tot aanschouwelijke voorstelling van de gewigtige eigenschap des lichts, die
wij thans gaan overwegen, is het noodig eene kamer zeer donker te maken;
alleen eene kleine opening, van omtrent een' duim wijdte, in een der vensters
te laten; op deu tegenover die opening gelegenen wand, zoo die niet wit is,
een wit scherm te hangen, en eindelijk het prisma van glas (reeds door dc
straalbreking bekend, en hetwelk, omdat juist ieder der hoeken even groot of
60® is, het best tot ous oogmerk dienen kan) voor de opening van het venster
te houden.
Zij in fig. 202 A B het venster, o de kleine opening, die er in gelaten is, p
Fig. 202. Fig. 203. het prisma, CZ> de wand
^ C c' alies op deu kant of de
doorsnede gezien, zoodat
de lengte van 10 of 12
duim, die het prisma
heeft, de breedte van het
venster en den muur uiet
door het oog kan wordeu
waargenomen. C D' (zie
fig. 203; zij het deel van
jy D den muur, zoo als dit zich
tegenover de opening, vlak van voren gezien, vertoout.