Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
S77
verlichte deelen der voorwerpen overeenkomen, hebben de eigenschap verkre-
gen, om den kwikzilverdamp te verdikken; hier slaat dus het kwikzilver in
zeer fijne bolletjes neder; terwijl op die deelen der plaat, welke geene inwer-
king van het licht hebben ondergaan, ook het nederslaan van kwik niet plaats
grijpt. Na de afwassching van het jodiumzilver van de onveranderd geble-
ven plaatsen, is de plaat op de meest verlicht geweest zijnde partijen met
een fijn kwikzilverstof bedekt, terwyl de overige deelen de zuivere zilver-op-
pervlakte aan het oog vertoonen; en indien men nu de plaat ten opzigte van
de om ons gelegene voorwerpen in zulk eene stelling houdt, dat er eene zwarte
kleur door de plaat wordt teruggekaatst, zoo vertoont de zuiver geblevene zil-
vervlakte zich zwart, terwijl de met kwikkogeltjes bedekte partijen, het licht
naar alle zijden verspreidende, zich wit vertoonen, en wel te witter naarmate
er meer kwik op nedergeslagen is; zoodat deze plaatsen het oog eveneens
aandoen als de natuurlijke voorwerpen, waarvan de plaateene teekening vertoont.
Algemeen was de deelneming in het buitengewone en nuttige van Daguerre's
uitvinding. De koning van Frankrijk maakte hem lid van het legioen van eer
en schonk hem een jaargeld van 6000 francs. Sedert het jaar 1839, de tijd,
waarop Daguerre zijne uitvinding deed bekend maken, is zij steeds verbeterd
en vereenvoudigd. Onder die verbetering behoort vooral te worden vermeld,
dat men de plaat, nadat zij aan den jodium-damp is blootgesteld geweest,
en eene goudgele kleur heeft verkregen, boven eenen bak met kalk plaatst,
die met bromium is doortrokken, en wel zoo lang, tot zij sterk rood is
geworden. Deze bewerking maakt de plaat zeer veel gevoeliger voor het
licht, zoo zelfs dat zij slechts zooveel seconden in de camera obscura be-
hoeft te blijven als vroeger minuten, om voldoende beelden voort te brengen.
De kunst om langs deze wijze teekeningen daar te stellen is bekend onder
den naam van Daguerreotypie. Zeer veel zoude er nog over deze schoone kunst
kunnen gezegd worden, en eene reeks van zaken konden worden opgenoemd,
waarop zij reeds is toegepast of nog zal kunnen toegepast worden; doch men
kan hierover werken naslaan, die uitsluitend de beschrijving der Daguerreo-
typie ten onderwerp hebben.
Toepassingen.
Waarom ligt van eene zeer bolle lens het hoofdhrandpunt nader bij het glas
dan van eene, die minder bol is; en waarom zal de vergrooting, die de eerste
te weeg brengt, aanzienlijker zijo dan die van de laatste?
Welke voordeden hebben de glazen, die betrekkelijk weinig bol zijn, boven
die, welke sterk zijn gebogen ?
Hoe komt het, dat de visschen in een goudvischglas op sommige plaatsen
eene aanzienlijke vergrooting schijnen te ondergaan?
Hoe komt het, dat de ligchamen zich insgelijks sterk vergroot voordoen,
indien men hen tloor eene gebogene flesch met water waarneemt?
17"