Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
duidelijk kenbaar maken, maar dat hunne grenzen eenigermate uiteenvloeijen.
Dit ontstaat daaruit, dat er, hoe klein de opening in het venster ook zijn
moge, toch een geheele lichtkegel van elk lichtgevend punt op het scherm valt,
die niet weder, zooals bij de holle spiegels en bolle lenzen het geval is, ge-
heel en al in een' nieuwen kegel veranderd wordt: met andere woorden, de
wegen, die de stralen nemen, worden vooraf niet zoodanig gewijzigd, dat zij
weder in één punt uitloopen en dit zal te minder het geval zijn, naarmate de
opening grooter is. Men kan dit bevestigd zien, indien men in een stuk papier
met eene naald eene fijne opening prikt, zich vervolgens naar het donkerste
gedeelte des kamers begeeft, het papier naar de ramen ot vensters rigt en op
een' kleinen afstatid een stuk mat glas er achter houdt. Er ontstaat alsdan op
het glas een' vrij seherp begrensd beeld der lichtramen; dit beeld zal te min-
der helder worden, naarmate de opening grooter wordt gemaakt. Deze proef
bewijst tevens de oneindige fijnheid der lichtstralen of liever der etherdeelen;
immers een oneindig tal van ethergolven moet door deze opening treden.
De wijze, waarop men nu de alzoo ontstane beelden veel schooner en juister
kan maken, is ons aangegeven : het geschiedt door de opening in het venster
van eene lens te voorzien en het scherm op zulk eenen afstand van deze te
plaatsen, dat de gebrokene stralen er zich juist op moeten vereenigen. Volgens
het vroeger bewezene zal dus, om goed begrensde heldere beelden te verkrijgen,
het scherm voor ver verwijderde voorwerpen digter bij de lens moeten gebragt
worden dan voor nabij gelegene.
Ik heb u thans eene voldoende beschrijving gegeven van eenen toestel, die
bekend is onder den naam van camera obscura of donkere kamer. Gij hebt wel-
ligt menigmaal in de steden onder dien naam tenten aangetroffen, of de in-
rigtingen in het klein als speelgoed zien gebruiken. Nimmer kan men door de
beschouwing van de schilderij, die de natuur zelve door middel van dezen een-
voudigen toestel tot stand brengt, verzadigd worden. Menschen en dieren ziet
men zich op het scherm bewegen. Men ontdekt het kabbelen des waters, het
opspringen van het helder blinkende nat door de riemslagen der roeijers of
de raderen der stoomboot, het drijven der wolken, enz, enz. Wij zijn deze
ontdekking verschuldigd aan den napelschen natuurkenner Johannis Baptist
Porta ; omtrent 200 jaren geleden bragt hij ze voor de eerste maal aan het
licht. Volgens zijne aanwijzing heeft men later draagbare kastjes vervaardigd,
fig. 201.
in dier voege als fig. 201 voorstelt ;
men maakt ze van bordpapier of
hout op de navolgende wijze :
r Van eene lens bc wordt de
brandpuntsafstand vooraf op de be-
kende wijze gezocht. Daardoor heeft
men ook ongeveer de lengte C D
van het kastje, het is ten minste