Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.373
rene kaarsvlam voor het holle glas houdt, worden er op een stuk papier, dat
buiten den bak voor het holle glas is geplaatst vier beelden der vlam zigtbaar.
Hoe deze ontstaan valt gemakkelijk aan te wijzen.
Er is niet telken reize opmerkzaam gemaakt op de zeer in het oogvallende
overeenkomst tusschen de wetten van terugkaatsing bij holle spieg.ils en die van
breking der lichtstralen door bolle glazen, alsmede de terugkaatsing bij bolle
spiegels en de breking door holle glazen; deze overeenkomst is zoo in het oog-
loopend, dat zij der opmerkzaamheid niet kan ontsnapt zijn. Ik zal verder
onvermeld laten, welk nut de lenzen zoowel als de bolle spiegels in li( httorens
kunnen aanbrengen; doch wil nog kortelijk aanwijzen, hoe men de beelden,
welke door bolle lenzen van voorwerpen voortgebragt worden, die buiten de
brandpuntsafstand liggen, op eene vlakte kan opvangen.
Indien men al de vensterblinden eener kamer goed toesluit, zoodat er vol-
strekt geen licht door kan binnen treden, uitgenomen door eene zeer kleine
opening, die opzettelijk in een der vensters gemaakt is, en men laat nu op
eenigen afstand van deze opening een wit scherm afhangen, zoo ziet men hierop
het beeld der voorwerpen, welke buiten de kamer liggen en sterk verlicht zijn,
te voorschijn komen, maar alles in eenen omgekeerden stand, d. i. de hui-
zen schijnen op hunne daken te staan, dc menschen op hunne hoofden te
loopen, enz. Hoe deze beelden geboren worden kan de volgende teekening
verklaren (zie fig. 200). Zij hier A het venster, voorzien van eene kleine ope-
Fig. 200.
ning, B het daar tegenovergestelde scherm, en C de buiten gelegene voorwerpen.
Vau den bundel stralen, die van het punt a van het voorwerp afkomen, gaan
eenige weinige, scherpbegrensde stralen regt door de opening van het venster
A, volgens de lijn a a', en stuiten tegen het scherm in a', alwaar geen straal
van een ander punt des voorwerps kan heenkomen, en hier wordt dus op
ceneu niet verlichten grond eene helder verlichte plek voortgebragt, geheel iu
kleur en vorm gelijk aan het lichtgevend punt, waarvan de stralen afkomen.
Hier zal nu een beeld van dat punt ontstaan; zoo zal het.ook met de punten
6, c, enz. gelegen zijn, en er zal dus op het scherm B een omgekeerd beeld
van het voorwerp C zigtbaar worden.
Gij zult evenwel opmerken, dat de beelden op het scherm zich niet regt