Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
186.
Fig. 187.

<l
at -

i
^ rl
zjideii tcgpu elkauder te plaatsen (zie
fig ab cdcf), en de beide ope-
ningen abc en def met plankjes te
sluiten, waarvan er een eene opening
heeft, om water in de prismatische
ruimte te gieten. Wij verkrijgen dan
alzoo een prisma van water. Ver-
beeldt gij u de ruimte tusschen de
zijvlakken geheel door eeti massief glazen ligchaam gevuld, zoo heeft men
«en glazen prisma. Alleen prismaas van glas worden doorgaans tot het nemen
der proeven aangewend. De dwarse doorsnede van zulk een ligchaam is een
driehoek def oï abc, en door middel van deze doorsnede zullen wij slechts
onze beschouwingen door teekeuingen verklaren.
Laat men een' lichtstraal op het zijvlak a b ef vallen, zoodanig dat hij door
het vlak c a/ d het prisma weder verlaat, dan is af de b tekende kant en de
hoek cab of r//e de brekende-of eenvoudig de prisma-hoek. Gaat de licht-
straal door de beide zijden a c dj en cd eb dan is dehoekac6of fde de
brekentle
Beschouwt men de om ons liggende voorwerpen door een prisma van glas
of van water, dan trekken inderdaad verrassende verschijnselen onze aandacht.
Houdt men het prisma liggende, dat is horizontaal, voor de oogen, met den
brekeuden kant naar boven, zoo schijnen alle voorwerpen veel hooger te lig-
gen dan werkelijk het geval is. Draait men den brekeuden hoek naar bene-
den, zoo liggen de heelden veel lager dan de ligchamen zelven. Ziet men door
het prisma, terwijl men het overeind of vertikaal houdt, zoo bemerkt men,
dat de beelden zich veel meer links of regts vertoonen dan de voorwerj)en
zelven, al naarmate men deu brekeuden kant links of regts houdt; en, wat
in alle gevallen daarenboven plaats grijpt, de helder verlichte ligchamen schij-
nen schoon gekleurde randen verkregen te hebben. Dit laatste verschijnsel
zullen wij later ophelderen. Trachten wij eerst de oorzaak van de schijnbare
verplaatsing der voorwerpen op te sporen.
7j'\j p g r (zie fig. 188) de doorsnede van een prisma ; A een lichtgevend punt.
A i een daarvan afkomende lichtstraal. Deze zal, wanneer hij bij t in het glas
treedt, naar de loodlijn a 6 worden gebogen en de rigting im aannemen; bij
het verlaten van het glas in m, ra] hij zich weder van de loodlijn everwijdereu