Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
te brengen, en liet daafcloor sterk, zwaar en hard als metaal te maken. Dit hout
gebruikt men in den scheepsbouw voor bouten en nagels. Ook rusten een aantal
verrigtingen in het bedrijvige leven op de kennis dezer eigenschap Dit bewijst
het maken van kaas, het persen van verschillende soorten van oliezaad, dat van
druiven, enz. De figuren, die op leder, papier, fluweel, enz. verheven liggen,
worden insgelijks door drukking voortgebragt.
Toepassingen.
Waarom zal eene flesch, die tot boven aan den hals met vocht gevuld is,
barsten, indien men er met geweld eene kurk opslaat ?
Waarom klopt de laarzenmaker het leder?
Waarom kan men houten pennen grooter' omtrek laten behouden, dan de
opening, waarin zij moeten gedreven worden.
Hoe kan het met de ondoordringbaarheid evereen worden gebragt, dat men
een' spijker in het hout kan drijven, zonder dat een enkele splinter wegspriugt?
ZESDE LES.
Het uilzeUingsvermogen der ligchamen. Vaste lig-
chamen, druipbare en Inchtvormige
\loeistoffen.
ziehier vooreerst een koperen ring, rustende op drie pootjes, en een' kope-
ren bal, die er maar juist door heen kan; ten tweede eene glazen buis a b
{Fig. 4) aa^ bet einde van een' bol a voorzien, en tot ia c, met rooden wijn ge-
vnld; eindelijk ligt daar eene blaas, goed toegebonden en half vol
Fij. 4 lucht. Wij zullen met deze drie voorwerpen proeven nemen.
Ik houd den bal eenige oogenblikken in het vuur, en hij glijdt
nu niet meer door den ring, maar blijft er boven op liggen. Ik ver-
warm den wijn, door het buisje in heet water te dompelen. De wijn
rijst daardoor meer en meer in de buis, en zou eindelijk, zoo deze
niet lang genoeg ware, eroverheen vloeijen. Ik verwarm ten laat-
ste ook de blaas, of liever de lucht, die zij bevat, en zij wordt steeds
boller en ronder; het is of er gestadig meer lucht in komt En, wat
vooral onze opmerking verdient, de ba4, de wijn en de lucht be-
koeld zijnde, valt de eerste weder door den ring, de wijn daalt tol
de vorige hoogte en de blaas rimpelt zich als vroeger.
Dit zijn wel verschijnselen, die eene nadere overweging waardig zijn.
Uit de genomen proeven kan reeds dadelijk blijken, dat de drie stoffen, me-
taal, wijn en lucht, zijn uitgezet, dat zij meer uitgebreidheid hebben ver-
kregen. Immers niets anders kan de oorzaak zijn van hetgeen gij zaagt plaats