Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.339
verkrijgen, en het ligchaam, van hetwelk de gezegde lichtstraal Jii afkomt,
zal niet in de rigting pA, maar volgens de hjn pA' gezien worden. Hoe schui-
nef de lichtstralen door den dampkring treden, hoe hooger men het voorwerp
zal waarnemen. Daardoor worden dus alle hcmelligchamen hooger gezien dan
zij met betrekking tot onze standplaats liggen, eu derhalve reeds waargeno-
men, voor zij zich werkelijk boven onzen horizon bevinden. Men wijst dit
verschijnsel gewoonlijk aan met den algemeenen naam vau straalbreking. Hier-
uit ontstaat in onze en de meeste streken der aarde de zoo heilzame morgen"
en avondschemering. De luchtdeeltjes namelijk, waaruit de dampkring bestaat,
bezitten het vermogen, om het licht, dat zij door de straalbreking reeds
vódr de zon boven den horizon verschijnt ontvangen, terug te kaatsen. De
sterre- en meetkundige neemt wel degelijk bij plaatsbepalingen deze straal-
breking in aanmerking.
Het brekende vermogen van den dampkring ondergaat dikwerf verandering
naar gelang de warmte of de vochtigheid van den dampkring afwisselt Men
heldert daardoor op, waarom de zon en dc maan, indien zij digt aan den
horizon zijn genaderd, eene langwerpige gedaanle verkrijgen. Als de zon of
de maan zeer laag aan den horizon worden waargenomen, zal haar on-
derste rand meer opgeheven schijnen te zijn, anders gezegd, zich betrekkelijk
hooger vertoonen dan haar bovenste, en daardoor moet de vertikale of staande
middellijn der verlichte schijf korter worden dan de horizontale of liggende.
De trilling, waarin de voorwerpen schijnen te verkeeren, die langs eene sterk
verhitte viakte worden beschouwd, zooals langs eenen door de zon verwarm-
den grond, ontstaat uit de onregelmatige rijzing der verwarmde lucht; want
deze dunnere lucht doet voortdurend de lichtstralen, die zich door haar heeu
voortplanten, eene afwisselende buiging ondergaan.
In sommige strekeuder aarde, zooals in Kgypte en in de heete zandwoestijnen
van Azië eu Afrika, ziet men op verre afstanden somtijds de voorwerpen dub-
béld, en wel regt en scheef of geheel en al het onderste boven gekeerd. Dit
verschijnsel is bekend onderden naam van/ucAtf/ne^e/m^. De ligchamen vertoo-
nen bij wijlen zich daar eveneens, alsof wij er het beeld van in het water
gewaar worden. Het was dit gezigtsbedrog, hetwelk de fransche soldaten, die
het leger van Napoleon in Egypte uitmaakten, de pijnigendste teleurstelling
baarde. Indien zij, afgemat door den langen marsch te midden van ondrage-
lijke hitte en het gloeijende zand, eu smachtend van dorst, in de verte het om-
gekeerde beeld vau den palmboom en de hier en daar verspreide hoogten
zagen, geraakten zij iu vervoering vau blijdschap, meenende, dat dit niet an-
ders dan door eene wateroppervlakte ontstaan konde. Eene jammerlijke mis-
leiding bleek er te hebben plaats gehad, wanneer zij deze gewaande zee zich
aan hun oog zagen onttrekken. Die omgekeerde beelden ontslaan op de vol-
gende wijze.
Bij eene zeer sterke hitte en groote stille in den dampkring is het mogelijk.