Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
850
terugkaatsing, dat is, zij loopen steeds verder van elkander af. Die vereeni-
ging heeft wel schijnbaar plaats, want als wij ze behoorlijk achter den
spiegel verlengen, dan bemerken wij dat a het beeld is van A. Op dezelfde
wijze vindt men het beeld van het punt B in b, en a b zal dus het negatieve
beeld van A B zijn. Gij bemerkt derhalve ten duidelijkste, dat men bij eiken
stand van het voorwerp A B door een' bollen bolvormigen spiegel altijd een regt
en verkleind beeld achter den spiegel verkrijgt. Dit beeld zal weder zooveel maal
kleiner zijn dan het voorwerp zelf, als m s malen kleiner is dan m t.
Met stilzwijgen ga ik de spiegels van eene kegel- en cilindervormige krom-
ming voorbij. Zij worden meestal aangewend als gezelschapsvermakehjkhedeii.
^Vie uwer kent bij voorbeeld niet de afteekeningen van voorwerpen, die door
wanstaltigheid bijna onkenbaar zyn, en wier beeld aanstonds den vereischten
vorm ontvangt, indien men er een' spiegel nabij zet, die zich om eenen ci-
linder kromt?
Toepassingen.
Welk getleelte van het spiegelglas kaatst het licht terug, de voorvlakte of
het metaal-bekleedsel der achterzijde? Geschiedt het ook door beide?
Hoe komt het, dat in een' spiegel de voorwerpen zich niet zoo helder vei'too-
nen als bij onmiddellijke waarneming?
Indien men tegen een gewoon vensterglas een zwart blinkend papier drukt,
kan men er zijn eigen beeld in waarnemen; doch waarom is dit beeld minder
helder dan in een' spiegel, die op de gewone wijze is verfoelied.
Waarom plaatst men somtijds achter het licht een' spiegel, bestaande uit een
aantal kleine jdatte vakken, die zich gezamentlijk eenigzins om het licht heen
buigen ?
W^'larom ontdekken wy in een helder water het ronde beeld der maan alleen
bij stil weder; terwijl wij, wanneer het water door den wind eenigermate be-
wogen wordt, slechts eene zeer lange verlichte strook iu het water lien ? Eu
hoe ontstaat die lange, smalle, golvende streep?
Wanneer wij een gedeelte eener kamer of straat door een' spi^el waarnemen,
waarom meenen wij dan alle deelen anders geplaatst te zien dan zulks in de
natuur het geval is, namelijk regts wat links en links wat regts gelegen is ?
In geval men op het blad van eene tafel een' spiegel zet, die met de spiegelende
zijde naar het tafelblad overhelt, en men laat vervolgens van het andere einde
der tafel naar den spiegel een'hal rollen, zoo schynt het inden spiegel dat de
bal naar de hoogte rolt. Hoe ontstaat dit gezigtsbedrog ?
Indien men twee stukken spiegelglas met twee der scherpe kaften juist te-
gen elkander plaatst, zoodat sij eenen hoek van met elkander maken, daar-
na de lijn, volgens welke zy aan elkander sluiten, horizontaal houdt en dan
zich zelven in dezen spiegel waarneemt, zoo vertoont licU ons beeld het on-
derste boven.