Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
348
ontwerpen, intlienmen
slechts zoekt , waar
elke twee op elkander
volgende lichtstralen,
die van A uitgaan,
na hunne terugkaat-
sing zich vereenigen.
In een gedeeltelijk
gevuld, wit porcelei-
nen theekopje zijn de
hrandlijnen zeer goed
zigtbaar.
Laat ons thans on-
derzoeken, waarom er
van het kruisje, dat
zeer digt bij het holle
glas werd gehouden,
een regt opstaand en vergroot beeld oWi^cr den spiegel ontstond.
Zij /' /r (zie fig. 172) weder de doorsnede van den hollen spiegel,
m zijn middelpunt, ƒ het brandpunt, A B een voorwerp , dat tus-
^ yo schen het brand-
punt en den spie-
gel is geplaatst.
Om de boven aan-
gegevene reden zal
weder het beeld van
A iu de lijn liggen,
die door m en A
naar den spiegel
getrokken wordt:
want de straal n A
wordt in de rigting nAm teruggekaatst; maar de lichtstraal A e, evenwijdig
aan de middellijn m d loopende, zal volgens de lijn e ƒ naar het brandpunt ƒ
worden teruggekaatst; deze beide lijnen in n eii f e behoorlijk verlengd zijn-
de ontmoeten elkander achter den spiegel in a; het punt « zal dus het beeld
van het punt A des voorwerps zijn. Dil is volmaakt in ONereensteninung met
belgeen tot veiklaring van fig. 170 is gezegd. Op dezelfde wijze vindt m^n
de plaats des beelds vau het punt B in 6, en «t is dus het beeld van A B.
Lujtahoo een voonvcrp iusscfa n het Ojandpunt en den sjdcjef, zoo woidt e) een regt
i>pslatmd en vergroot beeld van gevormd achter deu hjiivgel (Zie den aanvang dezer
les). Ilet beeld zal weder zooveel maal grooter zyn dan het voorwerp, .ds r jn
malen grooter is dan s m. Ilct beeld ab zal thans evenmin door ccn iclu rni

i