Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.346
keert. Vervolgens trekke men een' tweetlen lichtstraal J e evenwijtlig aan m d;
deze wordt teruggekaatst door het brandpunt ƒ heen ; want in dat geval is we-
der de hoek, die A e met de loodlijn m e zal maken, gehjk aan dien, welken er
c/mede maakt. (Zie de verklaring van fig. 169). De tweedelijn ef ontmoet,
behoorlijk verlengd zijnde, de eerste m n in het punt a, en a is dus het beeld
van A. Handelen wij eveneens met hetpunt B, dan verkrijgen wij een beeld
daarvan in 6. De tusschengelegene punten van den pijl zullen nu ook natuurlijk
tusschen a en b liggen ; n 6 is dus het beeld van ^ B. Wij zien nu, dat een
holle bolvormige spiegel, vóór welken een ligchaam A B gelegen is, tusschen het
krommings-middelpunt m van den spiegel en het brandpunt fj een omgekeerd en
vergroot beeld van dit voorwerp aan de tegenovergestelde zijde van het middelpunt
m, doet ontstaan. Het beeld a bza) zooveel maal grooter dan het voorwerp A
B zijn, als dc afstand, dien het beeld a b van het middelpunt m heeft, malen
grooter is dan die, welken het voorwerp A B van m heeft: gelyk dit door eene
der eenvoudigste stellingen in de meetkunde wordt bewezen.
W^aarom zal er zich geen beeld vormen, indien het voorwerp in het brand-
punt ligt?
Beschouwt men vervolgens a b als het voorwerp, en wil men de plaats ken-
nen van het beeld van het punt a, zoo trekke men eene lijn uit a door het
middelpunt m naar den sjiiegel; vervolgens eene lijn uit «door het brandpunt
f, die den spiegel in e treft, dan kan men deze laatste als een lichtstraal be-
schouwen, die onmiddellijk uit het brandpunt/zelf komt en dus evenwijdig aan
m </, volgens de lijn e A, zal worden teruggekaatst, Deze laatste ontmoet den
eersten straal a m n in A, en dit punt zal dus de plaats vku het beeld van a
zijn. Op dergelijke wijze vindt men het beeld vanii in B, en A fiis dus het beeld
van het voorwerp a b.
Bevindt zich derhalve een ligchaam a h op grooteren afstand van den hollen bol*
votmigeti spiegel dan diens middelpunt m, zoo zal de spiegel een omgekeerd en ver^
kleind beeld van het voorwerp doefi ontstaan, en wel tusschen hel middelpunt m en
het brandpunt f.
Het beeld A B zal zooveel maal kleiner dan a b zijn, als de afstand van A B
tot m maleu kleiner is dan die Vijn a b tot m. Hoe verder dus het voorwerp a b
van hel punt m verwijderd is, hoe kleiner het beeld A B zal worden, en hoe
digter het bij het brandpunt ƒ zal liggtJn.
Het verdient vooral opmerking, dat men het beeld, hetwelk volgens onze
eerst aangenomene onderstelling in a b, en dat, hetwelk volgens onze tweede i>e-
schouwing in A B ontstaat, op een wil scherm van papier of mat geslepen glas ii
kan opvangen. Het scherm namelijk wordt door de vereeniging der stralen, die i;
van elk punt van het lichtgevende voorwerj) uitgaan, sterk verlicht, en wel i
met de overeenkomstige kleuren ; cn de door dit scherm op nieuw verspreide ii
lichtstralen maken derhalve op het oog denzelfilen indruk als het voorwerp i
/elf. Die beelden worden daarom phrsischc of positieve beelden genoemd, in te- ')
i