Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
344
in zich zeiven terng; Ue tcrnggekaat'^te stralen n v cn tl v, rn Hu-i ook g i' en
b V snijden elkander in hel punt v, en dit is dan hel vereeniging'ipunl van al de
stralen e 6, eg, e a, enz. na hnnne terugkaatsing. Wij zien hieruit, dat de
geheele kegel van licht, welke \an e uitstralende op den spiegel valt, door
terugkaatsing iu eenen anderen kegel veranderd wordt, wiens top zich in v
bevindt. Ligt het punt e op eene andere jdaats, bij voorbeeld iels hooger dan
in het onderstelde geval, zoo kan men weder eene lijn van e door m trekken, die
dau de middellyn of de as van den stralenkegel zijn zal; het vereeuigingspunt
na de terugkaatsing ligt dan in deze lijn en wordt op gelijke wijze als in het
voorgaande geval gevonden. Dit een en ander is van groot belang, om te weten
waar zich door middel van gebogene spiegels beelden moeten vormen.
Wy zien uit het behandelde, dat, zoo de afstand ed, dien het lichtgevend
puntc van den spiegel heeft, verandert, ook de plaats r moet veranderen, waar
de teruggekaatste stralen vereenigd worden. Hoe nader het punt e bij hel mid-
delpunt m ligt, hoe kleiner de hoek ea m en bijgevolg ook de hoek v a m zal
worden, en hoe nader dus ook v bij m zal gelegen zijn. Bevindt zich e in het
middelpunt m, dan keeren al de stralen in zich zeiven terug eo hunne vereeni-
ging z:jI iu het punt eofwj zelf plaats grijpen. Nadert het punt t? den spiegel
nog meer, zoo zullen de teruggekaatste stralen aan de andere zijde van de lood-
lijn m a liggen, en het vereeuigingspunt zal zich dus meer en meer van den
spiegel verwijderen. Ligt bij voorbeeld het punt e in v, zoo zal natuurlijk hel
vereeuigingspunt der teruggekaatste stralen in e liggen; in dat geval gaat dus
e in V en v iu e over. Ligt hel punt c zeer nabij den spiegel, bij voorbeeld iu e
(zie fig. 168), zoo vindt men door eene gelijksoortige bewerking als bij fig.
Fig. 168
167 is aangegeven^ n. l. door den hoek
m a h gelijk hoek m a e te maken, dat
de teruggekaatste stralen zich niet
meer vóór den spiegel vereenigen, maar
eveneens uit elkander loopen, als of zij
van een punt v achter den spiegel kwa-
men. Deze stralen vereenigeu zich du*
na de terugkaatsing niet.
Nog eene stelling van het lichtpunt
e is merkwaardig. Ligt dit namelijk
op eenen oneindig grooten afstand van
den spiegel, zooilat de daarvan afkomende stralen, ea,eg, e d, e/i, ei, (zie
fig. 169), als het ware evenwijdig aan elkander loopen, even als meu dit bij de
stralen der zou vooronderstellen kan, zoo zal het vereeuigingspunt van de terug-
gekaatste stralen in /gelegen zijn: dit punt/ligt midden op den krommings-straal
wj rf en dus even ver vau het middelpunt m van kromming als van het middel-
punt d van den spiegel; want de hoek e ^ m gelyk hoek g m / zijnde, wegens
de evenwijdigheid van e g en ed, zoo is ook hoek g m hoek f g rn eu