Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
nz
van liet sclierni verwijtlerd, oin de schaduwen even donker tc doen zijn. Het
vierkant van 30 is 900, dat van 12 is 144» zoodat de sterkte van het licht der
lauip tot dat van de kaars staat als 900 lot 144 «f als 25 lot 4 ; waaruit blijkt,
dat het eerste maal sterker is dan het laatste. De beschrevene photometer
is die van Rumford. Ook Kitchie, Wollaston, Herschel, Lampadius, de Maestre,
liunsen enz. hebben photometers uitgevonden en beschreven. Ook onze ijverige
en kundige landgenoot Krecke is voor de uitvinding van een' photometer door
het üataafsch gen. van proefonderv. wijsbeg. met goud bekroond. Bunsen
neemt voor zijn' photometer een wit papieren scherm, teekent er een' cirkel
op en doortrekt die met warme stearine, zoodat hij doorschijnend wordt. Zet
men nu eene lamp achter dat scherm, zoo ziet men den doorschijnen den
lichten cirkel op een' minder doorschijnenden en dus donkerder grond.
Nadert men nu van de tegenovergestelde zijde het scherm met een tweeile licht,
zoo verlicht dit de van de lamp afgewende vlakte van het scherm, en men kan
er het laatstgenoemde licht zoo digt bij brengen, dat de met stearinedoortrokkene
cirkel donkerder wordt dan de overige deelen. In dat geval is het licht aan
deze zijde sterker, dan dat van de eerstgenoemde lamp Door nadering ot
verwijdering van de lichten kan men het zoover brengen, dat de cirkel even
helder wordt als de overige ondoorschijnende deelen. De verhouding der vier-
kanten van de afstanden <ler beide lichten tot het scherm geeft alsdan de ver-
houding der lichtsterkte aan.
Onlangs heeft Pouillet de beelden op eene gedaguerreotypeerde plaat op
eene zeer vernuftige wijze aangewend, om de lichtsterkte der verschillende ^
kleuren te bepalen, en daarbij de opmerking gevoegd, die trouwens steller
dezes reeds voor jaren heeft gemaakt, dat eene helderroode kleur minder
lichtsterkte bezit, dun eene zeer dunkerblaauwe en deze weder minder dan
eene zeer donkergrijze. Hoe onvolkomen de photometrische werktuigen nog zijn,
kan daaruit blijken, dat Bouguer het licht der maan 300000 maal en Wol-
laston het 800000 maal zwakker stelt dan dat der zon.
Indien licht wordt voortgebragt, door een stroom zuurstof- en waterstof-gas
op krijt te doen spelen, zoo is dit licht nog 146 maal zwakker dan dit der
zonneschijf, en het verblindende licht, dooreenen sterken electrieschen stroom |
tusschen twee kolenspitsen voortgebragt, driemaal zwakker dan het laatst- i
genoemde. |
Toepassingen.
De volgende zaken ztjn aan uw eigen onderzoek overgelaten,
In de verrekijkers, die hoofdzakelijk tot het verkrijgen van waterpasse
lijnen dienen, zijn voor het voorwerpglas, dat onmiddellijk het licht der
voorwerpen ontvangt, twee elkander kiuisende, dunne draden gemaakt. In-
dien nu het snijpunt dier draden juist het punt bedekt, dat door dien kijker
beschouwd wordt, welk doel heeft men dan bereikt?