Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
827
»t:m kan men gemakkelijk nng ian» ^vaaneer tle honderdste uitgang van deze af-
gerekend zal knnneu verwacht worden; vooronders tel il namelijk, dat het licht
zich oogenblikkelijk voortplant. Terwijl echter de maan hare honderd omwen-
telingen om Jnpiter volbrengt, is de aarde ten naasten bij in A' eu das omtrent
40 millioen g. m verder van de genoemde planeet gekomen. Wanneer nu de
aardbewoner dien berekenden uitgang op den bepaalden tijfl w.iai'iieemt, ont-
dekt hij, dat deze 15 minuten later plaats vindt Dat tijdsverloop nn is de tijd,
dien het licht noodig heeft, om den afstand vau A tot A\ dat is omtretit
40000000 g. m , te doorloopen Deze snelheid \an ongeveer 4^000 g. m. in
eene seconde overtreft die van het geluid bijna een millioen en die van eeu'
kanonskogel IJ millioen malen Om van de zon tot de aarde te komen behoeft
het licht 8' 13"; van de maan af bereikt het in ee'ne seconde onze aarde.
De sterrekundigen kunnen den afstand, die de aarde van de vaste sterren af-
zondert, niet juist bepalen ; zooveel is echter uit de laatst gedane waarnemingen
zeker, dat de meest nabij ons geplaatste vaste sterren 600000 maal verder van
ons verwijderd zyn dan de zon, en dat derhalve het licht van deze 600000 X
8' 13 ' of omstreeks 10 jaar tijds behoeft, om van daar tot onze aanle te ko-
men. Bedenken wij nu hierbij, dat er nog millioenen sterren zijn, die zeker
honderden en duizenden malen verder van ons af staan dan de bovenin deelde,
cn het licht vaii deze dus eeuwen tijds noodig heeft om tot ons te k<unen,
dan beginnen wij de zekerheid te erlangen, dat ontelbaar vele veranderingen in
het hemelruim kunnen plaats grijpen, die wij eerst na eeuwen kunnen ontdek-
ken. Wij verliezen ons hier in deze oneindige ruimte en in de grootheid van
den Schepper, en zeggen met deu hoogleeraar Raiser, dat onze aarde met het
geheele planetenstelsel, in betrekking tot den sterrenhemel minder is dan een
stolje aan de schaal, minder dan een droppel in den oceaan.
De ontdekking van Uömer, werd door eene andere van Bradley in 1725 vol-
komen b vestigd. Deze sterrekundige bepaalde langs een' geheel anderen weg
de snelheid des lichts. Om zich van zijne handelwijze een begrip te kunnen vor-
men, neme men aan, <l;it zich in A (zie fig. 155) een schip bevindt, hetwelk in
Fig. 155.
de rigting van het pijltje bewogen
wordt; laat er verder op den
never uit a een kanonschot op het
vaartuig worden gelost, dan zal
de kogel, indien het schip stil
ligt, de wanden bij h en c door-
boren, eu deze openingen zullen
met het kanon in eene regte liiii
liggen. Wij hebben echter voor-
ondersteld, dat het schip in be-
weging was; laat nu die bewe-
ging zoo groot zijn, dat, terwijl de kogel van b naar den anderen wand voort-