Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
326
\Vij •willen van elk der drie wijzen van onderzoek liet voornaamste mc<le-
deelen.
Dat men lang te vergeefs beproefd had., om door afstanden op de aarde de
lichtsnelheid te bepalen, kan ons niet verwonderen ; inmiers het licht legt eene
lengte, gelijk aan den geheelen omtrek der aarde, dat is .'>400 geogr. mijlen, in
seconde af. De deensche sterrcknndige Romer paste zijn onderzoek daarom op
veel grooteren afstand toe, en was gelukkig genoeg, om in 1675 en 1676 zijne
pogingen met een' gewensehten uitslag bekroond te zien.
Zoo als bekend is, bezit de planeet Jupiter vier manen, die allen in bekende
tijden rondom haar heen wentelen, even als onze maan om de aarde. De banen
dier manen li{jgen allen genoegzaam in het vlak van de looj)baan der aarde, en
wij zien dus al de cirkels, die de gezegde manen maken, juist op den kant en
derhalve tot lijnen verkort. Bevindt zich ^zie fig. 154) i" J de planeet Jupiter
F!g. 154.
cn h a b c d de loojibaan van eene der manen, dan ziet dc waarnemer op de
aarde in J deze maan zich dus in eene regte lijn van de regter- naar de lin-
kerhand bewegen, wanneer zij den halven cirkel abc doürIof)j)t, cn om«Te-
ki'erd van de linker- naar de regterzijde voortgaan, ingeval de halve cirkel c
dn wordt afgelegd. De zon, welke wij ons in ^ zullen voorstellen, doet Jupiter,
die zij verlicht, naar de van ons afgewende zijde eene schaduw werpen, door
welke de gezegde maan bij eiken omlo{»j> om dc planeet moet treden, en waar-
door zij dus onzigtbaar wordt. De teekening maakt duidelijk dat, terwijl de
aarde zich van J naar A' in de rigting des pijls beweegt, het te voorschijn tre-
den der maan bij b uit de schaduw kan waargenomen worden, en dat. gedurende
de aarde de andere helft harer baan aflegt, de intrede in die schaduw kan
worden gezien. Door den tijd naauwkeurig te bepalen, rlie er tusschen twco op
elkander volgende uitgangen uit de schaduw verloopt, daarbij de verplaatsing
van Jupiter in aanmerking nemende, vindt men, dat de eerste van Jujuter's
manen 42 nren, 28'en 35" tot een' oinloo]» noodig heeft. Bevindt zich nu de
aarde in A en neemt men da:ir ccn' uitgang ((er hcdodde maan bij b waar,