Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
323
Inxoo\ciTe men de stof, dietlooi- bL'wegin,^ de triUin-jen in den ether voort-
hretijjt, van ilen ether zeiven, waaraan deze beweging wonlt medegedeeld, moet
omlcrsfheiden, in zoo verre spreekt n»en van lichtstof Een lichtend punt is een
zeer klein, echter nog altijd waarneembaar deel van een lichtend ligchaam. Dit
laatste bestaat alzoo uit eene vereeniging van lichtende punten, even aU een
ligcJiaam uit vele atomen is zamengesteld.
Men spreekt van lichtgevende eu donkere ligchamen. Nemen wij de leer der
ethergolving als gegrond aan, dan ztjii de eerste de::ulken, die de trilling in den
ether opwekken, de laatste al de ligchamen. welke deze eigenschap missen en
aifcen daaixloor zigtbaar worden, dat zij de lichtgolven terugkaatsen en zoo
naar ons oog civerplanten.
liet voor ons gewigtigste lichtgevende ligchaam is de zon; ook l>ehooren de
vaste steiTen en alle kunstlichten tolde zelKichteude ligchamen.
Sommige donkere ligchamen worden ook wel Uchtgevend door verhitting, zoo
als glas, dat koud zijnde donker is, eu gesmolten, licht geeft.
Andere donkere ligchamen worden onder zekere om-itandigheden, of door
daartoe gelx'zigde middelen, lichtgevend. Zoo worden veie tot bederf of verrot-
ting overgaande dierlijke of plantaardige stoffen lichtend ; algemeen is als zoo-
danig vermolmd hout bekend Sommige diersoorten geven ook licht van zich,
bij voorbeeld de lichtkevers, johannis- of glimwormen, die vliegende of krui-
pende, vooral in de omstreken van Nijmegen, des avonds een liefelijk schitterend
licht van zich geven. Tolde lichtende dieren behooren ook die tallooze, kleine
schepselen, welke somtijds groote uitgebreidheilen van de oppervlakte der zee
lichtend maken, alsmede de surinaamsche lantarcndrager, die in eene hoornach-
tige blaas eene lichtende stof draagt, welke, zoo men zegt, zulk een helder
schijnsel van zich geeft, dat de Indiaan er zich des nachts in plaats van kunst-
licht van bedienen k.in.
Wy weten, dat hout, turf, vet, olie enz. door scheikundige werking licht ge-
ven. Ook «loor wrijving of persing kan licht ontstaan, en dit bewijst, dat er
niet altijd lot voortbrenging van licht groote hitte noodig is; trouwens dit be-
vestigt zich bij phosphorus en bij de zoo straks genoemde insekten.
Knkele ligchamen behouden, na zij aan de werking van het zonnelicht zijn
blootgesteld geweest, hunne helderheid, dat is zij lichten nog eenige oogenblik-
ken, na men ze aan het zonnelicht heeft onttrokken. Hiertoe behooren som-
mige diamanten, eenige steensoorten, sterk gebrande schelpen. Men zegt ook,'
dat het oog van het paard licht, wanneer het na eenen langen rid in den don-
keren stal wordt gebragt.
Indien een donker ligchaam van een ander, dat lichtgevend is, licht ontvangt, geeft
dit eerste ook licht, even als oj het zelf lichtgevend ware, het kan dus weder andere
ligchamen verlichten. Het krachtigste bewijs hiervan \inden wij in de maan.
Deze, een donkere bol zijnde, ontvangt haar licht van de /.on, en verkrijgt daar-
door het vermogen oiu onze aarde te verlichten. Men ontdekt genoenul ver-
15'