Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
310
vaardigers zijn alleen om hunne doelmatige keuze van hout voor den zangbodem
beroemd; en bekwame muzijkanten kenuen dikwerf uit den klank eener forte-
piano haren maker. Welken invloed de stof, waaruit waldhorens, orgelpijpen,
enz., zijn zamengesteld, op de toonen heeft, die zij voortbrengen, zal uit dit
eeu en ander duidelijk zijn.
Maar de ligchamen behooren niet juist in aanraking te zijn met toongevende,
om mede te trillen of toongevend te worden. De volgende proef heldert dit op
eene verrassende wijze op.
Men neemt eene violoncel of kleine basviool, laat iemand achtereenvolgend
door middel van eene bazuin (trombone, schuiftrompet) de vier toonen c, a, d
en g, de grondtooneu dus van de 4 snaren, aangeven en doet de toonen der sna-
ren geheel overeenkomen met die der bazuin. Na alzoo de beide instrumen-
ten met elkander te hebben gestemd, legt men de viool op de tafel en hangt op
elk vierde deel van iedere snaar een papieren ruitertje of toegevouwen strookje
papier, zorgende vooral dat de einden, die op zijde over de snaar hangen, zoo
kort zijn als maar mogelijk is. Nu plaatst meu den bazuinist op eeu' grooten
afstand van de viool, al ware die zelfs 12 a 14 el, eu laat hem daar achterèen-
volgend den grondtoon vau elke snaar aanblazen ; de middelste papieren ruitertjes
vallen nu opvolgend van elke snaar af, wier toon werd geblazen. De snaar heeft
dus over hare geheele lengte mede getrild, is mede toongevend geworden. Er han-
gen op iedere snaar uu uog twee ruitertjes. Thans laat meu alle vierde toonen
nog eens blazen maar een octaaf hooger ; de papiertjes vallen nu opvolgend vau
die snaar af, wier toon werd gehoord: de snaren hebben dus in twee helften ge-
trild. Had men voor de laatste proef er de middelste ruitertjes weder opgehangen,
zij zouden de snaren niet hebben verlaten. Het zelfde verschijnsel doet zich ook
op kleinereu afstand met twee gehjk gestemde violen op, wanneer de eene wordt
aan gestreken; maar ik heb de proef op de bovenstaande wijze omschreven, om-
dat zij nimmer mislukt en door den grooten afstand zooveel te treffender is.
Er zijn nog vele andere verschynselen, die dit medeklinken vau verwijderde lig-
chamen overtuigend doen uitkomen. Indien men met eene heldere stem eenige too-
nen zingt, hoort men de snaren der openstaande piano medeklinken. Verbindt
meu de zangbodems van twee piano's door middel van eeu houten of metalen staaf,
zoo hoort men de op de eene piano aangeslagene toon zeer duidelijk in de andere,
al staan zij in verschillende vertrekken. Inderdaad bewijzen genoeg, dat de lucht
de trillingen, die zij ontvangt, geheel onveranderd aan andere ligchamen overbrengt.
Er blijkt uit deze proeven, dat de ligchamen, die met het geluidgevende voor-
werp eenen iu aard overeenstemmeuden toon bezitten, spoediger de trillingen
van dit laatste overnemen dan ongehjkaardige. Daar verder ieder veerkrachtig
ligchaam, door er op te slaan, in eene trillende beweging geraken en daardoor
toongevend of klinkend worden kan, zoo zal elk ligchaam of eenig deel van een
groot geheel medeklinkend worden, indien de lucht door het voortbrengen van eenen
toon in trilling gebragt wordt; en do trillingen, die het daardoor ontvangt, zullen mei