Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
323
in peudulen, snuitdoozen, ringen, caclietten, enz. vindt, als ook bij de zamen-
stelling der mond en windJiarmonica, welke instrumenten geheel berusten op het
geluid voortbrengend vermogen van trillende staven. Bij de eerste soort zijn het
dunne, veerkrachtige metalen veéren of staafjes, die door het aanstooten van de
pennetjes eens rondgaanden cilinders in trilling worden gebragt en liefelijke too-
nen voortbrengen. Bij de tweede soort, de harmonika, zijn het insgelijks zulke
metalen veéren, doch welke door eenen luchtstroom in beweging worden gezet.
De stemhamer of stemvork, een zeer bekend werktuig, is ook niet anders dan eene
kromgebogene staaf, welke door eenen slag op een der beenen in slingering
wordt gebragt, en alsdan meestal de a aangeeft. Dit werktuig dient, om de ge-
lyknamige toonen van verschillende muzijk-instrumenten op gelijke hoogte te
kunnen brengen, anders gezegd om ze te stemmen. Ook bij de staven kunnen
staande slingeringen ontstaan.
Indien men ronde, vierkante, langwerpig regthoekige, driehoekige, of ellips-
vormige platen van glas, metaal, of dun hout tusschen de punten b en a, die met
kurk of leder zijn gedekt, (zie fig. 144) t^oor middel der schroef b vastklemt, en
Fig 144 strijkt met eenen strijkstok langs den
kant der plaat, zoo hoort men zeer sterke
^^ _^ toonen. Daartoe moet het glas of het me-
taal dun en veérkrachtig zijn, de scherpe
randen van het glas door zand of puim.
steen rond zijn afgeslepen, opdat het haar
van den strijkstok niet worde afgesneden,
en de stok loodregt nederwaarts langs den ranil gestreken worden. Is de plaat
rond, en drukt men den duim van de eene hand tegen den rand der plaat, ter-
wijl men met de andere hand den stok houdt, dan wordt de toon des te hooger,
naarmate men digter bij den duim aan strijkt. De ronde platen, welke ik ge-
woonlijk gebruik, hebben eene middelijn van omtrent 3 palm, de andere hebben
omtrent gelijke oppervlakte. De grootte doet anders niet veel ter zake.
Bestrooit men het glas of metaal met een weinig droog, fijn zand, dat het best
door een gazen doekje kan geschieden, hetzij \66r men de schijf toonen doet ge-
ven, hetzij terwijl men strijkt, dan geraakt het zand natuurlijk ïn trilling; maar
' weldra houdt dit op, als door een' tooverslag verzamelt het zich, of hoopt zich
, op aan sommige plaatsen, en vormt alzoo, door de kroume of regte lijnen, die de
: ophoopingen tot stand brengen, de bekoorlijkste en regelmatigste figuren. Ojidat
deze figuren goed zigtbaar zijn zullen, en de i)laten niet door hare te groote
gladheid het zand verliezen, kan men het metaal of glas met eene doffe, ruwe,
zwarte verw bedekken De toon der platen verandert, zoodra men de j>laatseu,
waar zij zijn vastgeklemd, eene andere stelling geeft. Deze verandering laat
zich zeer goed verklaren, want door het aanstrijken geraken sommige deelen
der plaat in slingering, anderen blijven in rust en vormen knoopen ; van de eerste
wordt het zand afgeschoven, op de laatste blijft het liggen ; de golving plant zich