Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
302
Wat hier teu aanzien van de slingeringen eener snaar is gezegd, die van zulk
een' aard zijn, dat zij loodregt op hare lengte, datis in de rigting der lijnen P Qge-
scliieden, is geheel toepasselijk op elke andere soort van trilling of golv ing. Nemen
wij aan, dat de lijn c rf of FlIIhet midden voorstelle van eenen koker of buis, waar-
in derhalve eene kolom lucht begrepen is. Stellen wij ons voor, dat er bij d aan
het begin des kokers onophoudelijk, door te weeggebragte stooten, verdigtingen
en verdunningen plaats grijpen (zie bladz. 283), zoo zullea deze slingeringen
der luchtdeelen zich door de luchtkolom, welke in de buis ligt, voortzetten; be-
wegen zich de deeleu bij z op zeker tijdstip volgens de pijltjes, zoo zal er daar bij
r eene luchtverdunning, in u eene luchtverdikking voortgebragt worden, indien
wij namelijk aannemen, dat v x of v u de afstand is, door welke de luchtdeelen
links en reg{:s slingeren. Älen ziet dat er dus van z tot « of van v tot w eene
golf ligt, want de deelen in u en z of t> en u; bewegen zich gelijktijdig naar de-
zelfde zijde. Zoo derhalve de naar boven gekeerde krommingen der lijnen de
verdikkingen, dienaar beneden de verdunningen der lucht voorstellen, dan ziet
men in de getittelde kromming de aan het einde c der buis terug gekaatste gol-
ven, en de interferentie dezer beide stelsels vertoont zich op dergelijke wijze als
die bij de snaar : ook hier worden staande slingeringen voortgebragt. Het ver-
dient vooral opmerking dat, zoo de buis bij c open is, er zoowel terugkaatsingen
der golven aan het einde zullen plaats grijpen, als wanneer de pijp bij c is gesloten;
waut komt de verdigtlng der lucht bij het opene einde c der buis aan, zoo kun- pi
neu de luchtdeelen daar buiten naar alle kanten uitwijken, dat in het midden der Ij
buis, door de omliggende wanden, het geval niet zijn kan; door dat uitwijken
ontstaat er eene luchtverdunning aan het einde, die van daar in tegenovergestelde !;
rigting de buis doorloopt, eu zoo staande golven vormt. De tenigkeerende gol- l(
ven zijn dus uit den aard der zaak bij eene opene buis veel minder sterk dan de
oorspronkelijke ; en daar er nu aan het opene einde der buis altijd eene lucht-
verdikking met eene verdunning zamenvalt, zoo kan daar nimmer, evenals bin- jji
neu in de buis, een rustpunt of knoop ontstaan. Hopkins vond, dat de knoopen é
of rustpunten in pijpen geene plaatsen van volstrekte rust zijn, maar van kleinste
beweging ; verder, dat de laatste knoop in eene opene buis zich op iets kleineren \
afstand van het einde der buis bevindt, dan een vierde gedeelte van de lengte eener
golf bediaagt; en dat iu eene geslotene buis de laatste knoop iets minder dan de
helft eener golflengte van het gedekte einde is verwijderd.
DRIE EN VEERTIGSTE LES.
Op^^elilting \an geluid door staven, plalen, gespannen hui-
den en in trlliing gebragte lucht, lilaasinstrunienten.
Wij hebben gezegd, dat ook staven, welke in trilling gebragt worden, toonon irt
zullen voortbrengen, zoo het getal slingeringen slechts het aangewezen getal in de m
seconde te boven gaat. Wij zien hiervan bewijzen bij de speelwerken, die meu