Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
naar de roçter/.ijde tiTuggckaatste goif. Verdeelen wij nu de lengte 6 r eener goU"
in 8 gelijke deelen en nemen wtj de inwerking der beide stelsels van golven waar.
eerst op den oogenblik, waarin zij volkomen zamenvallen en elkander versterken,
en dan zooals zij zich van elkander scheiden, doordien zij telkens J van de lengte
eener golf verder gegaan zijn. In den eersten stand versterkt de teruggekaatste
golving de oorspronkelijke, de golvingen worden dus grooter; bij n, r en $ zijn
rustpunten. In den stand I is elk gol s en s tel sel ^ verder gegaan, de weder-
keerige werking der stelsels veran<lert dus ook: op de lijnen PQ wordt <le tril-
ling versterkt, maar op de lijnen M N vernietigen de stelsels elkanders wer-
king; het punt t hij vooorheeld zou zich onder den invloeçl van de oorsjïron-
kelijkegolf naar heneden, onder de teruggekaatste naar boven hewogen hehhen ;
deze tegenovergestelde krachten zijn gelijk, en het punt t blijft in rust. Zulke
rustpunten zal men op al de lijnen N M vinden, terwijl op de lijnen PQ de
grootste uitwijking der hewt'gende deeleij naar boven en beneden pl.iats grijpt.
In den stand II is weder ieder stelsel ^ voortgeschreden; hier doen zieh over-
al, op elk pnnt der .«naar, gelijke, in tegenovergestelde rigting werkende, kraeh-
ten, op en de snaar hhjft dus in rust. Wanneer men nu op deze wijze de \<»lyende
standen naauwkeurig waarneemt, zoo zien wij in IV en VIII de sn.i.n- in de
sterkste beweging, in fl weder in rust ; op al ile lijnen .Y M vindt men rustpnn-
!en en wij bemerken derhalve duidelijk, dat door interferentie van de heide slel-
f seis van golving staande slingerii gen kunnen voortgebragt wonlen.