Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Fig. 2.
Fig. 3
watcrvliesje der zeepbel, en berekende, dat het niet meer dan een tien duizendste
deel eener streep beloopen konde. Op den oogenblik, dat de bel zal barsten, ziet
gij bovenaan een donker vlekje; daar is, volgens dienzelfden natnurkenner, het
waterschaaltje slechts een honderd duizendste deel eener streep dik. Hoe klein
moeten dan niet de water-atomen zijn?
Lij de verrekijkers, die tot het beschouwen van den sterrenhemel zijn bestemd,
heeft men voor een der glazen fijne, elkander kruisende draadjes noodig, om daar-
door des te juister den kyker op eenig voorwerp te kunnen rigten.
Deze draadjes moeten zoo dun mogelgk zyn, dewijl zij, door den kij-
ker waargenomen, zoo vergroot worden, dat zij nog altijd tamelijk
dikke touwen gelijken, al bestaan zij, zoo als gewoonlijk, uit een
enkelvoudig draadje spinsel van eenen zijdeworm. Om nu de fijnst
mogelijke draden te verkrijgen, vond de engelsclmian Wollaston het
volgende middel uit.
In de as a 6 (zie fig. 2) van een' vorm erf, zijnde een holle cilin-
der, wordt een fijne platina-draad gespannen, en in dezen vorm ver-
^ volgens gesmolten zilver gegoten, dat het platina geen nadeel kan
doen, dewijl dit metaal veel grqoter hitte ^ordert, om vloeibaar te worden, dan
zilver. Hierna laat men het vergietsel verkoelen, neemt het ver\'ol-
gens uit den vorm, en men bezit alsdan eene zilveren staaf met eenen
platina draad over hare geheele lengte midden in zich. Deze zilve-
ren cilinder wordt nu tct een' fijnen draad getrokken. Men voert
hem daartoe achtereenvolgend door de gaten enz. van het
trekijzer A D (zie fig. 3), en de draad, hierdoor ontstaande, omsluit
nog altijd in het midden een' nog veel fijneren platina-draad. Deze
zamengestelde draad wordt eindelijk in salpeterzuur of zoogenaamd
sterk water gelegd, het zilver hierdoor opgelost of weggebeten, en
de bijna onzigtbare platina-draad, van zilver ontdaan, achtergelaten.
Zoo doeiule gelukte het AVollaston, om draden te verkrijgen, die één
twaalf honderdste gedeelte van eene streep dikte hebben, en waarvan
er 140 te zamcn genomen nog zoo dun zijn als een enkele draad zijde. Weet
daarenboven, dat men een stukje van zulk eenen draad, van 1 streep lengte, uog
gemakkelijk in 100 en meer gelijke deelen kan verdeelen, en gij hebt nog slechts
een flaauw denkbeeld van de kleinheid der atomen.
De goudblaadjes worden uitgeslagen tot op Tf^rèinr inrTrTrTT
1 Ned. pond katoendra.nd kan 3,600,000 ned. el lengte verkrijgen,
Niet minder dan de aangehaalde zaken pleit het \ oor de kleinheid der atomen,
dat eene bijna onzigtbare hoeveelheid kleurstof, bij voorbeeld, die van het coche-
nille-insect, het vermogen lezit, om eene zeer groote massa eener vloeistof te kleu-
ren; en dat al verder de oplossing eener zoute of zure zelfstandigheid eenen over-
eenkomstigcn smaak aan eene hoeveelheid waters geven kan, die ettelijke duizend
malen de uitgebreidheid der opgeloste stof overtreft.