Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
288
uitzonderingen, de volgende waarheid aan het licht gebragt: hoe diglcr dc mid-
denstof of hel voorlplanlingsmiddel is, des te sneller is het geluid. Men neme water,
boomolie en terpentijnolie, van welke stoffen de eerste digter is dan de tweede en
deze wederom digter dan de derde, men legge verder eeu behoorlijk beschermd
horologie in het water, en men zal bij voorbeeld op deu afstand van bijna 6 el
het tikken nojï hooren ; vervolgens plaatst men het in boomolie, en op rnim 4f
el afstands verneemt men het; daarna legt men het in de terpentijnolie eu men
zal er zich niet verder dan 3]. el van kannen verwijderen, om het getik te ver-
nemen. In de vrije lucht hoort men het slechts op el afstands. Deze proefne-
ming bevestigt voldoende de waarheid der genoemde stelling.
Colladon heeft in den jare 1838 door proeven op het meer van Geneve de
snelheid, waarmede het water het geluid voortjjlant, berekend. Daartoe nam hij
eene dumie metalen klok en bragt deze met de opening naar boven gekeerd
onder water. Op eenen bekenden afstand van deze plaats zal de waarnemer in
een bootje, en hield het oor tegen eene buis of eeu roer, dat de trillingen bene-
den de oppervlakte van het water moest opvangen. Op den oogenblik, dat de
klok onder water werd aangeslagen, ontbrandde er eene zekere hoeveelheid bus-
kruid. De waarnemer stelde onmiddellijk op dit teeken een' seconde- of tertiën-
slinger in beweging, wachtte de aankomst van het geluid af, en deed deu wijzer
daarna stilstaan. Hij bevond op deze wijze, dat het geluid door het water met
eene snelheid wordt voortgeplant van 1453 el in de seconde, dat is ruim 4malen
sneller dun door de lucht; een doorslaand bewijs inderdaad voor de veérkrach-
tigheid van het water. In kwikzilver legt het geluid iedere seconde 1484 el af
en inwater met ammoniak verzadigd 1842 el.
Dat het water het geluid geleidt, is intusschen eene bekende zaak ; de visschen
toch, die in eenen vijver zich ophouden, verschijnen op het fluiten van hun' mees-
ter aan de oppervlakte, en bij eene groote stilte hoort men aan den oever eener
snel slroomende rivier het botsen der steenen op den bodem. Ook de zwemmer
verstaat onder water, hetgeen in zijne nabijheid er boven gezegd wordt.
De vaste ligchamen geleiden ook hel geluid, en deze zelfs veel sterker en sneller
dan de lucht- en drupvormige vloeistoffen. Dc volgende proef bevestigt dit.
Wanneer men met een hard ligchaam tegen het einde van eenen zeer langen balk
krast, zoo hoort hij, <liehet doet, hiervan niets ; maar iemand, die het oor tegen
het andere einde van den balk houdt, op 10 of meer ellen afstands zelfs van de
plaats, waar het geluid ontstaat, hoort het krassen zeer duidelijk. Indien men
aan het eene eind eener zeer lange houten lat een horologie hangt, en het andere
eind legen het oor houdt, hoort men het tikken even goed als of men het uur-
werk onmiddelijk aan het oor drukt. Sommige wilde volken gaan daarom met
het ü(M- op den groiul leg(jen, om de nadering van den vijand of de treden der
wilde dieren, die zij opsporen, te vernemen. Van daar dan ook dat harpen,
guiLirren, violen, enz. uit dun hout zijn zamengesteld, dat over eene groote oi>-
perv lakte is uitgebreid ; van daar dat men aan eene torle-[>iano een' zangljodein