Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
280
lekrücht in, zich in elkander gelijkvormig verspreiden (diffunderen). Cij ziet uit
deze bepalingen, dat dit verschijnsel geheel gelijksoortig is met de oulosmose
(zie bladz. 174). u hiervan te overtuigen diene de volgende proef.
Men hangt eene omtrent half met dampkringslucht gevulde en dus slappe die-
renblaas, wel toegebonden en nat gemaakt in eene groote met koolzuurgas ge-
vulde gazometer of glazen klok, die door water van de omliggende lucht is
afgesloten. Na omtrent 24 uren is de blaas geheel tot berstens toe gezwollen.
Men heeft alzoo hier twee aantrekkingsverschijnselen. Het water van de natte
blaas slorpte het koolzuurgas in groote mate op, en dit werd in het inwendige
van de blaas met de lucht vereenigd.
G ra ham heeft de diffusie-verschijnselen het naauwkeurigst onderzocht en de
voorname wet, die hij te dezen aanzien heeft leeren kennen, komt hierop neder :
indien twee gassoorten dooreen' poreusen tusschenwand, en dus door eene, be-
staande uit blaas, onverglaasde gebakken klei, gips of dergelijke, van elkander ge-
scheiden zijn, en gelijke drukking ondergaan, stroomen de beide gassoorten naar
elkander over,even als bij de endosmosis-verschijnselen, en ook, even als daar, de
minder iligte in grootere hoeveelheid naar de digtste; de hoeveelheden, welke
overgaan, slaan tot elkander in de omgekeerde reden van de wortels der getallen, die
de digtheid der gassoorten uitdrukken : is de overstrooming in die verhouding ge-
schied, dan zijn zij in rust of in evenwigt. De digtheid van de lucht bij voor-
beeld 1 stellende, zoo is die van het waterstofgas (zie bladz, 243) omtrent 14,5 j
maal minder. De hoeveelheden, welke diffunderen, staan dus bijna tot elkander
als V 1 tot V 14»5» tlat is als 1 : 3,83 ruim. Terwijl er dus 1 volumen lucht
overgaat, vloeijen er 3,83 volumen waterstofgas over.
Het is dus bij de gassoorten niet als bij de vochten ; de ligte drgvenniet, als olie lïj
op het water, op de zwaardere. Indien men twee even groote glazen vaten met ^
lucht vult, het eene met waterstofgas, het andere met het veel zwaardere kool- ||j|
zuurgas, en men zet de beide vaten met de openingen over elkander, zoodat ze if
met elkander gemeenschap hebben, dan ziet men na eenigen tijd, dat de gassoorten i
zich onderling vermengd hebben, onverschillig of het zwaardere gas onder ot
boven geplaatst werd.
Dalton heeft ontdekt, dat gassoorten, welke geene scheikundige werking op
elkander uitoefenen, bij wederzijdsche aanraking zich lijdelijk omtrent elkander
gedragen, de eene stelt voor de andere als 't ware eene luchtledigheid daar, zjj
leveren slechts voor elkander een werktuigelijken hinderpaal op, die het indringen
der deelen van het eene gas in de tusschenruimten van het andere eenigzins
vertraagt.
Hoewel men dit onderwerp nog verre zoude kunnen uitbreiden, achten wij het
behandelde voor ons oogmerk voldoende.