Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
277
met het einde g op de plaat eener luchtpomp, zet men er eene groote klok over-
heen, pompt er de lucht onder uit, en laat daarna een weinig lucht door g toc-
stroomen, zoo draait de bewegelijke buis ligt en vlug in de buitenruimte, waarin
zich nu verdunde lucht bevindt, en men ziet daaruit den geringen weder-
stand, dien de dunne middelstof biedt.
Toepassingen.
Verklaart nu uit het behandelde, waarom het verwarmen der lucht in eene
kamer genoeg is, om haar van lucht te zuiveren;
waarom een schoorsteen somtijds rookt, wanneer er vuur wordt aange-
legd, en het rooken ophoudt, zoodra men de deur of ccn venster der kamer
open zet;
waarom de togt in eene kamer te sterker wordt, naarmate de wannte toe-
neemt ;
waarom men het trekken der kagchels door het openen en sluiten van deu-
ren kan regelen;
waarom de kraan eener koffijkan sneller het vocht door zich laat, wanneer
dc kan vol is, dan wanneer het vocht lager staat;
waarom het aflai)j)en van vochten bes[)oedigd wordt, indien men den trechlei
altijd vol houdt.
Kan de wrijving der vloeistoffen tegen de wanden der buizen waardoor zij
vloeijen. en de wrijving der vloeistof-atomen tegen elkander ook verklaren :
waarom het niet goed is, om blaasbalgen, brandspuiten, enz. van zeer lange
[)ijpen te voorzien;
waarom een kleine stroom water, door een moeras, modderpoel, of riool ge-
leid, genoegzaam is, om de slijk en aarddeelen mede te voeren ;
waarom de wind het water doet golven?
VEERTIGSTE LES.
AaDtrekking tusschen gasvormige en vaste, gasvormige en
druipbare ligchamen, en tusschen het eene gas
en hel andere.
Volgens het voornemen, op bladz. 172 uitgedrukt, hebben wij nog te be-
schouwen de aantrekking van vochten en gasvormige stoffen ; maar wij zullen,
alvorens daartoe over te gaan de aantrekking tusschen gasvormige cn vaste
ligchamen vooropzetten, en dan nog de beschouwing van die tusschen verschil-
lende gassoorten laten volgen.
Meu neemteen dun medicijntleschje, doorl>oort eene kurk, dieer goed op sluit.
l>evestigt in de opening het eene eind vaneen tweemaal omgebogen of Svor
13