Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
275
ook gereeclelijk in liet oog, dat zulk eenen toestel uitmuntend goed dienen kan,
tot verversching van de lucht in groote, druk bezochte zalen. De opening
B binnen de kamer eindigende, en Cin de buitenlucht, zoo zou eene kleine stoom-
ketel met A n in verband gebragt zijnde hier zeer goed het doel trefFen.
Het toetreden of aanstroomen der lucht naar plaatsen, waar een sterke gas-
of stoomstroom wordt ontlast, is ook de oorzaak, waarommen in den verticaal
opwaarts gaanden stoomsprong met lood bezwaarde ballen en eijeren kan doen
zweven. Immers door den stroom is het loodregt vallen van deze niet mogelijk
en het zijdelingsche uitwijken wordt door de toevloeijende lucht belet. Als kind
vermaakt men zich dikwijls met zulk een spel : men blaast door een' pijpesteel
en doet alzoo iu dezen luchtstroom eene met eene speld doorboorde eu daar-
mede bezwaarde erwt dansen.
Wat nu den stoot van in beweging zijnde lucht tegen eene vaste oppervlakte
betreft, waarvan wij bij het water ook melding hebben gemaakt, de kracht daar-
van wordt in hare uitwerkselen geheel beoordeeld naar dezelfde grondbegin-
selen, als die bij het water zijn aangegeven. Men mag evenwel hierbij niet over
het hoofd zien, dat elke luchtsoort bij den stoot tegen een ander ligchaam zich
moet verdigten, en daardoor ook een grooter uitzettingsvermogen of eene meer-
dere spankracht moet verkrijgen. Door dit uitzettingsvermogen werkt dan de
stoot op den hinderpaal terug en er ontstaat derhalve eene dubbele werking.
De lucht staat hier als veêrkrachtig ligchaam tegenover het onvcêrkrachtige water
(zie bladz. 101). Dewijl nu bij de eerste soort van ligchamen het verlies of de ver-
meerdering van beweging dulbel zoo groot is als bij de laatste, zoo neemt men dan
ook gewoonlijk aan, dat de uitwerking vau den stoot der lucht gehjk is aan het
dubbele gewigt van eene luchtkolom, die tot grondvlakte heeft de grootte der ge-
stooten wordende oppervlakte, — overal eene digtheid bezit gehjk aan die,
waarmede de stoot geschiedt, — en eene hoogte die gelijk is aan die, waardoor
een ligchaam vrij vallen moet, om de snelheid te verkrijgen waaronder de stoot
}>laats heeft.
De uitkomsten dezer berekeningen wijken doorgaans af van die, welke dc
proeven geven, en men is zoomin door berekening als door proefneming nog
zoo verre gekomen om met juistheid te kunnen bepalen, met welk vermogen
de wind bij den stoot tegen zeilen van schepen of vau molenroedeu het schip
of de molenwieken voortdrijft.
W'ij willen hier nog met een enktl woord vermelden, dat even als.bij water
de reactie van het uitstroomende vocht (zie fig. 876) eene rondgaande beweging
voortbrengt, ook de reactie van uitstroomend gas of uitvloeijenden stoom eene rote-
rende beweging kan veroorzaken.
De stoombol van Héron bestaat in een' bol van metaal, waaraan een korte
hals is bevestigd, die er kan worden afgeschroefd, om water in den bol te gie-
ten. Aan den hals zijn op twee tegenover elkander staande plaatsen Svormige
buizen bevestigd, wier binnenruimte met de holte van deu hals dus in gemeen-