Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
272
(len gazometer, waarin het gas wordt opgesloten gehouden. Men onderzoekt hoe
hoog de kwik of het water in den manometer opwaarts wordt geperst, en voor-
onderstelt dan hij de berekening dal de kolom gas zooveel maal hooger dan het
vocht in de buis is, als dit laatste malen soortelijk zwaarder is dan het gas;
deze waarde zet men voor h in de bekende uitdrukking s mr V 2 g h, ten
einde de snelheid der uitstrooming aan te wijzen.
Ook bij de gasuitstrooming heeft zamenlrehking van den straal of van den gas-
stroom plaats. Is de uitvloeijingsopening van eenen dunnen wand voorzien, zoo
verkrijgt men slechts 0,65, door eene korte, in de opening bevestigde cilindervor-
mige buis 0,93, en door eene kegelvormige buis 0,94 van de hoeveelheid, die
de bovenstaande uitdrukking doet verwachten.
Bij lange buizen is, even als by de vochten, de wrijving van het gas tegen
den wand der buis steeds minder, naarmate men meer het opene einde nadert.
De natuurkundige Graham heeft betrekkelijk het doorstroomen van gassoor-
ten door buizen zeer vele proeven genomen, en bevonden : 1° dat de wederstand,
welken eene regte buis aan een gas biedt, evenredig is aan de lengte der buis;
zoodat eene buis van 2 palm lengte tweemaal zooveel wederstand biedt aan
het gas, dat er doorstroomt, als eene van 1 palm lengte; 2^ dat de snelheid van
uitvloeijing van gelijke hoeveelheden lucht, maar van verschillende digtheid of
spankracht (zie bl. 201), evenredig is aan de digtheid; hoe digter dus de lucht
is, hoe sneller zij onder eene bepaalde drukking door de buis stroomt; 3o de
uitzetting of verdunning door de warmte brengt een gelijksoortig en gelijk ver-
schijnsel voort; 4° de verschillende snelheden van doorslrooming naar evenre-
digheid van de digtheid blijft bestaan, of de vermeerdering van digtheid het ge-
volg is van meerdere drukking, van koude, of van bijvoeging van eene andere
gassoor.. in de verbinding.
De uitstrooming van gas vertoont ook, even als het water, verschijnselen van
zuiging (zie Idadz. 269). Wij willen met drie zeer belangrijke proefnemingen
het aanwezen dier zuiging staven; zij werden ons reeds lang geleden door den
heer Logeman het eerst onder de aandacht gebragt, met aanwijzing hoedanig de
proeven 'tbest te doen slagen, en zijn thans meer algemeen bekend geworden.
Indien men ineen metalen vat (zie fig. 137^), de lucht door eene verdikkings-
luchtpomp heeft verdigt, of in een' stoomketel het wa-
ter sterk verhit, en op de uilslroomingsopening een
buisje a n heeft bevestigd, welks mond in eene vlakke
metalen, houten of bordpapieren (liefst ronde) plaat of
schijf eindigt, vervolgens de kraan opent, en de luchl-
of sloomstroom tegen eene andere dergelijke, ligt be-
weegbare plaat b e, die by voorbeeld aan een paar dra-
den digt voor de opening hangt, laat stuiten, zoo zal
de plaat b c, zoo zij niet te ver van de opening n hangt,
door deu stroom niet worden weggestooten, maar legen