Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
mmmmmmmm
236
soda uit, en vormt met deze laatste en het water glauberzout of zwavelzure soda.
Het alzoo uit zijne verbinding getredene koolzuur wordt gasvormig, terwijl het
glauberzout, door het overvloedig water, zich niet te sterk tot eene vaste massa
kan zamentrekken, maar eenigzins vloeibaar in den voortbrenger achterblijft.
Het koolzuur ontwikkelt zich alzoo in eene groote mate, de ontvanger wordt met
den voortbrenger in gemeenschap gesteld, de kleppen geopend, en de eerste, door
den laatsten 7malen achtereen te laden, met koolzuur gevuld. Daar de ontvanger
op den graad van vrieskoude wordt gehouden, zoo werkt én die koude én de verba-
zende drukking, die het gas op zich zelf uitoefent, mede, om het in een vocht te
doen overgaan. De drukking, die het in dat geval bij O graden warmte op de wan-
den van het vat uitoefent, bedraagt 36 atmospheren of 3708 pond op elkevierkante
palm. Verwarmt men den ontvanger tot op 30°, dan is de drukking 7725 pond
op de vierk. palm. Men vrage dus niet, waarom de vermelde drievoudige be-
kleeding van den toestel noodzakelijk is. In welke mate het gevaar van springen
door Mareska en Douny onwaarschijnlijk is gemaakt, kan men daaruit afleiden,
dat de ijzeren ringen i i i i, waartusschen het geheel bekneld is, 1200 atmos-
pheren drukking kunnen weerstaan, en de ijzeren staven tt 3000 dampkrings-
drukkingen. Springt er een dier ringen, zoo kan er nog geene verwoestende uitbar-
sting ontstaan. Het druipbare koolzuur, dat men alzoo verkrijgt, is ongekleurd en
bezit eene schier volstrekte verschuifbaarheid der deelen, dat is, het is buitenge- t
woon vloeibaar. Bij O® warmte heeft het een specifiek gewigt van 0,93, bij 27 gra-
den 0,7229. Men ziet op welk eene merkwaardige wijze het specifiek gewigt door jt
de uitzetting afneemt. Bij 65® onder O bevriest het, en gaat in kleine witte naai- I
den over. Dit vaste koolzuur kan men verkrijgen door in eene glazen flesch I:
eenen stroom druipbaar koolzuur te leiden. Het vocht gaat dan dadelijk in gas c
over, en de koude, die het daardoor voortbrengt, is zoo groot, dat een gedeelte J
van het zuur als een wit poeder tegen het glas hecht. Hoopt men dit ijs tot D
eene massa zamen, zoo neemt het den indruk over van de groeven der hnid of h
van het voorwerp, waarop het ligt. Eene geringe hoeveelheid, op eene horizon- i
tale vlakte gelegd, is gestadig in beweging, en glijdt heen en weder, omdat het u
door eenen luchtkring gedragen wordt van gasvormig zuur, tot dat het geheel i'.
verdwijnt. Aan de lucht blootgesteld zijnde, schijnt het te rooken, omdat het!
door de koude de damjien van den dampkring rondom zich verdigt. Na het 5.
verdampen blijft er eene vochtige plaats, daar waar het lag, over van verdikt i
dampkringsvocht. Indien men het lang aanraakt, verkrijgt men een gevoel alsof >
men zich brandt. Twaalf gramme vast koolzuur verdampen in een uur tijds» jI
Het heeftop de metalen geen wegbijtend of oplossend vermogen.
Wij hebben over dit zuur daarom zoo uitvoerig gehandeld, omdat er in dit!
werkje nu en dan over zal worden gesj)roken, en omdat de later te vermeldene ver- v.
schijnselen tot de merkwaardigste in de natuurkunde behooren. In den dampkring ii
bevindt zich deze gassoort in eene zeer geringe mate, niettegenstaande zij, gelijk ii
gij weet, bij verbranding en ademhaling geboren wordt. De reden van deze ^