Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
254
lichtingen, en uit dien hoofde alsook om de helderheid en zindelijkheid zeer
nuttig.
Het koolzure gas, dat wij thans moeten behandelen, was eene der eerste gas-
soorten, welke men heeft ontdekt, en werd \roeger vasle lucht genaamd, omdat
men meende, dat zij zich altijd vóór hare ontwikkeling in eenen vasten toe-
stand bevond. Dit gas ontstaat bij de verbranding van alle zelfstandigheden,
die koolstof bevatten, zooals onder anderen van den diamant, welke gelijk ge-
zegd is uit zuivere koolstof I)estaat. Brengt men in eene flesch, met zuurstof
gevuld, een stukje houtskool, dat aan het eene einde is aangestoken, zoo be-
gint dit met volle kracht te ontbranden, de houtskool wordt schitterend licht,
en verteert in weinige oogenblikken onder het ontwikkelen \ an eene hevige
warmte. Zonderling genoeg inderdaad, dat men zulk een zwart, vast ligchaam
geheel ziet verdwijnen, zonder iets zigtbaars achter te laten ! Het gas, dat zich
onder de flesch bevindt, is nu geheel veranderd, ongeschikt voor de verbran-
ding en koolstofzuurgas geworden. Het laat zich zeer gemakkelijk van andere
ligchamen, waarmede het verbonden is, scheiden. Indien men op een stuk krijt
of koolzuren kalk een weinig verdund zwavelzuur giet, zoo bruist het geweldig
op. Dit ontstaat alleen uit de sterke ontwikkeling van koolzuur. Men behoefde
juist geen zwavelzuur te gebruiken : met elk ander zuur had zich hetzelfde ver-
schijnsel opgedaan. Behalve het krijt is vooral het marmer zeer geschikt tot
deze bewerking, ook de kalk, het koraal, de schelpen der dieren, enz. vormen
eene verbinding van kalk en koolzuur. Indien eenige droppels azijn, citroenzuur
of eenig ander zuur op deze stoffen gegoten worden, ontstaat hetzelfde verschijn-
sel, dat wij zoo even bij het krijt opmerkten. Men vangt het gas, dat alzoo
vrij wordt, op de bekende wijze boven warm water of kwik op. Het koolzuur-
gas is kleurloos en heeft een' zuurachtigen smaak. Het is geheel voor de adem-
haling ongeschikt en anderhalfmaal zoo zwaar als dampkringslucht; volgens
anderen heeft het eene specifieke zwaarte van 1,529084; vandaar dat men het
even als water van de eene flesch in de andere kan overgieten. Men giet op deze
wijze eene stof over, die onzigtbaar is 1 Het gas laat zich zeer goed door water
en vele andere vochten opslorpen Het is daarom eene der merkwaardigste gas- a
soorten, omdat het de eerste luchtsoort is, die men druipbaar heeft weten te jj
maken, en omdat zij er toe geleid heeft en het middel is geworden, om ook ver- ji
scheidene andere gassoorten in vochten te vervormen. Faraday was de eerste, ;
die in 1823 het koolzuur druipbaar maakte. Sedert heeft Thilorier door de uit-j
vinding van een' toestel om drupvormig koolzuur in groote hoeveelheid te be-
reiden, de wetenschap zeer aan zich verpligt. Eene verschrikkelijke ontploffing
echter van het door Thilorier uitgedachte, en reeds jarenlang gebruikte, werk-
tuig bragt de geleerden Mareska en Donny te Gend op het denkbeeld, eenemeeriö
zekere inrigting aan den gasontwikkelingstoestel te geven.
De afbeelding fig. 137a bevat er eene schets van. De welwillendheid van r
d«'n lioogleeraar van Breda heeft ons tot de opiianieervan, entotde vermelding!
i