Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
240
Fig 132. of een zoogenaamd reageerbuisje g h
onder water, laat het vol loopen,
keert de opening van het volle glas
naar beneden, en plaatst die juist op
een der gaatjes g van het genoemde
plankje e/*. Het water blijft nu tot
boven in het glas staan, ter oorzake
van de drukking des dampkrings op
de omliggende vloeistof Thans doet
men een weinig chloorzure potasch
in den glazen kromhals a, verbindt
bij i de omgebogene buis aan den hals, met een buisje van elastieke gom en
maakt alles met lijnmeeldeeg goed digt. Nu verhit men de retort en brengt het
meer genoemde pijpje i, na eenige oogenblikken wachtens, onder het water door
in de opening g. Daardoor is de gemeenschap tusschen het inwendige van den
retort eu dat van het glas h bewerkstelligd, en wel zoodanig, dat die ruimten geheel
afgesloten zijn van den omliggenden dampkring. Weldra bespeurt men,dat het
gas, hetwelk zich uit de potasch ontwikkelt, ten gevolge zijner ligtheid, door het
water heen in het glas h in belletjes opklimt; het stoot van tijd tot tijd het wa-
ter benedenwaarts weg. Men kan nu onder door den mond van het glas een
tweede buisje brengen, dat boven de vloeistof, die iu het glas staat, zich verheft,
en aan het ander einde van deze buis eene blaas of een vat verbinden, om het
boven het water aanwezige gas daarin te verzamelen, en verkrijgt dan hierdoor
een vat of eene blaas met eene gassoort gevuld, van welke men naar verkiezing
gebruik kan maken. Houdt men eene flesch boven de pijp zoo moet men haar
slechts, wanneer het water erdoor het gas is uitgedreven, sluiten en men heeft
dan eene flesch gevuld met zuurstof. Men is genoodzaakt, sommige gassoorten
boven kwik op te vangen, omdat zij zich met water vereenigen.
De zuurstof heeft geene kleur: gij kunt haar dus inde flesch niet zien; even-
minhceftzij reuk of smaak. Wanneer men, gelijk gewoonlijk geschiedt, de uit-
gebreidheid dampkringslucht, die 1 pond weegt, als eenheid aanneemt, dan
weegt dezelfde uitgebreidheid zuurstofgas 1 pond 2 lood 6 wigtjes, anderen stel-
len 1,1056 pond; dit gewigt noemt men, om redenen u reeds bekend, het
soortelijk gewigt. Het gas bezit .sterke verwantschap tot vele andere stoffen»
zooals reeds in de 13de les is vermeld, en wanneer het zich met deze vereenigt,
ontwikkelt er zich warmte en somtijds licht: dit is bij houtskool, olie, vet,
enz. zeer zigtbaar. Verbranding is inderdaad slechts eene verbinding der
zuurstof met andere brandbare ligchamen Alzoo onderhoudt de zuurstof het
zuur, en van daar dat een aanhoudende toevoer van dampkringslucht, door de
zuurstof, die deze bevat, de verbranding zeer bevordert: de smidsblaasbalg, de
ziUersmidsblaaspijp, enz., zijn voor zulk eenen toevoer bestemd. De inrigtijig
der argandsche lampen, aldus genaamd naar Ami Argand, die ze in 1780 uit-