Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
2SS
den ketel door de pijp M M (zie fig. 128) naar den cilinder gaat, wordt onder-
weg afgekoeld, en behoudt dus zijne spanning niet meer. Door daartoe be-
stemde berekeningen, die men naar wiskundige gronden en proefnemingen heeft
kunnen bepalen (zie Verdam, volledige verhandeUng over de stoomwerktuigen),
kan men het verlies leeren kennen, dat door die verkoeling de stoomspanning
ondergaat. Stelt, dat dit verlies is 0,05 pond op den vierkanten duim, dan blijft
de drukking, waarmede de stoom in den cilinder komt, nog 4j086pondop den
vierkanten duim In den cilinder echter wordt hij nogmaals verkoeld; nemen
wij aan, dat hij daar een verlies in spanning ondergaat van 0,02 pond, dan blijft
de drukking op eiken vierkanten duim van het oppervlak des stoomzuigers Q
nog 4>066 pond. Stelt men nu verder, dat in den cilinder van deze spanning nog
verloren gaat 0,124 pond op den vierkanten duim, welk verlies besteed wordt
aan het iu beweging stellen van den zuiger, eu het uitdrijven van den stoom,
die aan de tegenovergestelde zijde tegendrukt, en bovendien nog een verlies van
1,2 pond op den vierkanten duim voor dat gedeelte van de stoomspanning,
hetwelk vereischt wordt om evenwigt te maken met de drukking des dampkrings
en de veerkracht van den onvolledig vervlogen stoom, welke beide krachten in
het tot voorbeeld gekozene werktuig, waarbij geene verdikking van den stoom
plaatsheeft, den zuiger tegendrukken (zie blz. 208), dan blijft er nog eene druk-
king van den stoom op eiken vierkanten duim des zuigers over, ten bedrage van
4,064 — 0,124 — = 2,742 pond.
Nemen wij nu de lengte der middellijn van den zuiger gelijk aan 4 palm, den
afstand, dien hij bij eiken op- en nedergang of eiken slag doorloopt, dat is bijna
de lengte vau den cilinder, gelijk aan 9,5 palm, en stellen wij het aantal slagen,
dat hij in elke minuut doet, gelijk aan 27, zoo verkrijgen wij vooreerst voor den
inhoud van het boven- of benedenvlak des zuigers: 4 x 4X 4 X3,14 = 12,56
vierkante palmen of 14-^6 vierkante duimen; vervolgens voor de geheele druk-
king op dien zuiger 1256 X 2,742 = 3444 pond hijna. Indien er dus boven
op den zuiger een last vau 3444 pond werd geplaatst, zou deze door den stoom
kunnen worden opgevoerd. Maar met welk eene snelheid? De zuiger doorloopt,
gelijk gezegd is, bij elke rijzing of daling 9,5 palm, dus bij eiken op- en neder-
gang of eiken slag 2 X 0,95 = 1,9 el; dit doet hij 27 keeren in eene minuut,
waardoor dan de geheele, in eene minuut doorgeloopene, lengte wordt: 1,9 X
27 51,3 el. Over deze lengte verplaatst dus de kracht van den stoom de
gezegde 3444 pond in elke minuut, maar dan kan deze ook 51,3 X 3444 pond
dat is 176677 pond in elke minuut tot 1 el hoogte opvoeren. Een paard kan
slechts 4560 pond tot eene el hoogte in elke minuut verplaatsen, en derhalve
176677
heeft het stoomwerktuig .—^^^q— = ^^ paardenkrachten.
Meent nu niet, dat de bovengenoemde kracht geheel nuttig is voor het werk,
dat door het stoomwerktuig verrigt moet worden; er gaat zeer veel van verlo-
ren tot overwinning vun de wrijving der verschillende assen en andere beletse-