Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
op de as van het vliegwieï ligt eêne ronde schijf
(28), welker middelpunt niet met dat van hel wiel
overeenkomt. Zij wordt daarom uitmiddelpuntige,
excentriek-, of koldcrschijf genaamd, en bevat op
haren omtrek eene groeve, waarin een beweeg-
bare ring past, die weder aan een raam (29) (29)
verbonden is, dat zich van de as des wiels tot
aan de stoomkast uitstrekt. Men ziet hiernevens
de kolderschijf afzonderlijk in fig. 1296 afgebeeld.
A stelt de onverplaatshare as voor, n het middel-
punt der uitmiddelpuntige schijf en p g de daarom
beweegbare ring. Het einde B van het raam, dat
aan dezen ring is verbonden vat in den arm van
eenen gebrokenen hefboom B C Z>, die zijn be-
weegpunt in C heeft. Bij het ronddraaijen nu van
de as A en de daaraan verbondene excentrieke
schijf, doorloopt het middelpunt n dier schijf een'
cirkel; bij eene halve omdraaijing is het dus ver-
plaatst van n naar n'; daar nu de afstand van
n tot B onveranderd dezelfde moet blyven, zoo is
wanneer n in n is gekomen B tot aan B' verplaatst,
en de hefboom B C D heeft den stand B' C /)'
verkregen. Het punt D is alzoo van D tot D' ge-
rezen, en daar het einde D onder aan de stang j j
(zie fig. 128) is verbonden, zoo valt het gemakke-
lijk in te zien, dat deze met hare zuigers erdoor
op en neder wordt bewogen. Vroeger is reeds ge-
zegd, dat deze beweging de oorzaak is van die des
geheelcn werktuigs. Is dus de stoomschuif in
rust, dan ziet men noch de sloomzuigerstang 1\
noch het vliegwiel bewegen; alles is werkeloos,
en om die rust tot stand te brengen, heeft de bestuurder niets te doen, dan het
einde B van het raam doormiddel van het handsvat E (fig. 129/j) van den
hefboom los te maken, hetgeen op eene gemakkelijke wijze geschieden kan.
Ziedaar een werktuig beschreven, dat onze verwondering waarlijk ten top
voert, vooral indien wij gadeslaan op welk eene vernuftige wijze het zamen-
stel water, stoom en hitte zelf regelt, daarbij eene verwonderlijke kracht ont-
wikkelt en toch door een kind kan bestuurd worden. Het beval inderdaad eene
menigte schoone toepassingen van de wetten van evenwigt der vaste drup- en
gasvormige ligchamen, in de vorige lessen aangegeven.
Wij achten de kennis van het voorgaande te veel van belang, om er nog niet
het een en ander bij te voegen.