Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
2S0
men verliest dus geenen aanvloeijenden stuoni, ten einde eerst den cilinder den
vereischten warmtegraad te geven. Door de verdikking dan van den stoom, wordt
de gevorderde luchtledigheid beurtelings onder en boven den zniger tot stand
gebragt Die luchtledigheid kan echter niet volkomen zijn, daar het ingespoten
water altijd eene zekere hoeveelheid lucht aanvoert. Het water, dat nu uit den
verdikten stoom en het inspuiten van het koude water in X zich vergadert, wordt
door de klep 7 naar de zuigpomp 1' afgeleid, die de luchtpomp genaamd wordt,
en daaruit wordt het met de lucht, die uit het kokende water is ontwikkeld,
en met den nog overgeblevenen niet verdikten stoom, door middel van den zni-
ger 8 naar den zoogenaamden heet-waterhak Z gevoerd, uit welken, door het
sluiten der in de figuur zigtbaar voorgestelde kleppen, niets kan terng\loeijen.
L'it den bak Z wordt het door de heet-ivatetfjomp 9 (eene perspomp) opwaarts
gestuwd, en geleid langs de pijp (10) naar den reeds vermelden waterbak bo-
ven de voedingspijp, om daar weder tot voeding van den ketel te dienen.
De koud-waterbak IJ, welke de condensor en luchtpomp in zich sluit, wordt
door de koud-wnterpomp 11 van koud water voorzien.
De pompstangen der drie laatst beschrevene pompen 3', 9 en 11 worden
allen door den genoemden op- en nedergang der zuigerstang T in werking ge-
bragt. De laatstgenoemde namelijk is verbonden aan eene zware ijzeren ba-
lans ü' A', welke om eene as (12) draait, rustende op de kolom (13), die stc\ ig-
heid genoeg bezit, om dit ligchaam te dragen. De verbinding van die stoom-
zuigerstang T met het einde F der balans is zeer kunstig bewerkstelligd. Ten
einde de gedurige wrijving van de stang in de pakkiughos (5) weg te nemen,
welke wrijving dc slingerende beweging der balans noodzakelijk moet veroorza-
ken, hetwelk gij zeker wel by den karnstok van eenen gewonen karnmolen zult
hebben opgemerkt, heeft men boven op de plaats der verbinding F zoogenaamde
stroppen V (1^), F (15), (15) (16), (14) (16) en (16) (17) gebragt, die eene even-
wijdige beweging lot stand brengen; want, zooveel als het j)unt 15 naar de
rcgtcr-of linkerzijde uitwijkt gedurende de slingering, zooveel wijkt het punt 16
ter linker- ot regterzijde af en de stang T, zoowel als die der luchtpomp }',
welke aan iiet midden der strop (15) (16) is gehecht, gaat daardoor loodregt op
en neder. Dit stelsel van stroppen noerat men de pnrnllele of evenwijdige bewe-
ging. Het is eene der vernuftigst uitgedachte deelen, welke Watt aan het werk-
tuig heeft toegevoegd en verdient later door u naauwkeurig te worden onderzocht.
Ten gevolge van den op- en nedergang der stang T en de daaraan verbon-
dene slingering van de balans U F, moeten ook ai de andere stangen overeen-
komstig rijzen en dalen. Het andere einde U der balans draagt eene verbindings-
roede 6'(18), welker ondereinde (18) is vereenigd met eene kruk, die op de as
van een zeer groot, zwaar wiel, vliegwiel genaamd, is bevestigd, hetgeen uit de
figuur duidelijk kan gezien worden. Door de slingering der balans wordt ge-
noemde kruk en dus ook het rad rond bewogen, eveneens als men bij het .^pin-
newirl dooreen op en neder bewegen van den voet insgelijks een rad ziet om_ i