Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
22Ï5
(l.it is de ketel A, in de figuur over de lengte midden door gesneden. Flij bestaat
uit ijzeren of koperen platen, luchtdigt aaneen geklonken. Onder den ketel ligt
de stookplaats of vuurhaard, waarin op ij/ercn roosterstaven a b het vuur brandt,
boven den aschbak of aschkolk B, en waartoe men toegang heeft door mitldel der
ijzeren deur q. De vlam der brandstof strijkt over de verhevenheid of den rug
b, digt langs den bodem van den ketel, en klimt in de rookleiding CC romdom
den ketel op, zondat de geheele oppervlakte, waartegen het water staat, op de
sterksten voordeeligst mogelijke wijze verhit wordt. De rook ontlast zich door
de schuifopening 1) ïn den schoorsteen £ en van daar in de lucht. Door die
voordeelige verhitting begint het water weldra te koken, er ontwikkelt zich
stoom in den ketel, en opdat deze eene zekere drukking of spanning niet te
boven ga en de ketel geen gevaar loope van .«springen, heeft men er boven in
eene ronde opening c gebragt, gesloten door eene klep, die volkomen is zamen-
gesteld als die van den papiniaanschen pot (zie fig. 124). ^^ spanning van den
stoom moet nu, wanneer zij de klep uit de opening zal dringen, niet alleen het
gewigt van deze en de belading in ƒ overwinnen, maar ook de drukking van
den dampkring; hierom zal dus de stoomspanning in dat geval sterker moe-
ten zijn dan 103 pond op dc vierkante palm. Door het gewigt meer naar i of
ƒ te schuiven, kan men eene stoomspanning behouden, berekend naar de sterkte
van den ketel; tlaarom noemt men die kle[) zeer gepast veiligheidsklep. Wanneer
de spanning beneden anderhalve dampkringsdrukking of beneden 155 pond op
de vierkante palm blijft, noemt men den stoom, volgens een hier te lande gel-
dend Koninklijk besluit, stoom van lage drukking; gaat de spanning daarboven,
tot aan 4 en eene halve dampkringsdrukking, dat is tot 4^4 pond op de vier-
kante palm, dan heet hij stoom van middelbare drukking, en die, welke nog bo-
ven deze spanning loopt, stoom van hooge drukking.
Men moet (en dit is uit zich zelf duidelijk), ten einde het gevaar te beoordee-
len, waarin de ketel, wat het springen betreft, verkeert, altijd eene dampkrings-
drukking van de stoomspanning aftrekken , want deze wordt door de drukking
der buitenlucht op den ketel vernietigd. Daarom noemt men stoom, die eene
drukking uitoefent van 2^-, 3 enz. dampkringen, doorgaans stoom van 2 enz.
dampkringsdrukking.
Het is duidelijk, dat de vermeerdering der hitte van het vuur ook de hoeveel-
heid stoom, en dus insgelijks zijne spanning vermeerdert. Ten einde dit voor te
komen en te zorgen, dat de veêrkracht van den stoom dezelfde blijve, maakt
men gebruik van een' zeer fraai uitgedachten toestel, die men dempertoestel
noemt. In het bovendeel van den ketel namelijk, nabij den schoorsteen, bevindt
zich eene pijp of buis G G, aan beide einden open, met het ondereinde tot ver
beneden het wateroppervlak in den ketel reikende. De dampkring drukt van bui-
ten boven door die pijp op het heete water, dat er in staat, doch de stoom drukt
iu den ketel op het om de buis gelegene water sterker, en daardoor wordt dc
vloeistof in de buis naar boven gedrongen. In die beweging deelt ook een ijze-