Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
223
as i is gelegen, tlie met
de beide uiteinden rust
op stevige muren ; de
armen i g en i k van
den hefboom zijn even
lang; het einde k is
insgelijks van een ge-
bogen stuk hout voor-
zien, terwijl ook dit
weder eenen ketting
en eene stang mdraagt.
De laatstgenoemde is
de zuigers tang eener
gewone zuigpomp,wel-
ker buis geplaatst is
in den put n en waar-
door het water kan
worden opgehaald.
Aan de zuigerstang m
bevindt zich een aan-
zienlijk gewigt O ,
zwaar genoeg om deze
stang in de Ifuis te
drukken en tevens den
stoomzuiger d, aan den
anderen kant van den
hefboom aanwezig, op
te houden. Tegen den muur vindt men een' bak p, voorzien van koud water,
dat door eene buis q q in den cilinder kan stroomen, indien men de kraan r
opent, die daarom inspuit' of injectiekraan genoemd wordt. Het water, dat daar-
door in deu cilinder komt, en dat, hetwelk door andere oorzaken er in ontstaan
fian, ontlast zich door eene buiss 5, die aan het einde t eenigzins is omgebogen,
en aldaar eene opwaarts openende klep draagt ; de nuttigheid dier klep zal zoo
aanstonds blijken. Tot dus verre de inrigting — thans de werking.
Verbeeldt u, dat de ketel met eene genoegzame hoeveelheid waters is gevuld,
en het vuur er goed onder wordt opgestookt. Het water zal dan weldra koken
eu er moet zich stoom ontwikkelen. Opent men dc kraan c, dan dringt de stoom
in den cilinder r, jaagt de lucht daaruit door eene klep, snuif klep genaamd, die
zich nabij den bodem van deu cilinder bevindt, en vult hem dus weldra geheel
en al. Indien nu de kraan r wordt opengedraaid, stroomt er koud water in den
cilinder, verdikt den stoom tot water, en er ontstaat eene luchtledige ruimte
onder de zuigerschijf d. De dampkring, met 103 pond op de vierkante palm op