Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
217
Dö graad van vochligheid der lucht is op onderscheidene tijden zeer verschillend.
Dit is een gevolg van de veranderlijkheid der darapkringswarmte en het daar-
uit voortvloeijend verschil in verdamping der vochten; hoe warmer de lucht
is, hoe meer dampen zij houdt opgesloten. Men heeft werktuigen uitgevonden,
om den graad van vochtigheid der lucht op alle tijden te kennen, ze dragen
den naam van hygrometers of vochtmeters, en hunne zamenstelling berust :
vooreerst op de sterke afkoeling der lucht door koude ligchamen, waardoor de
dampen drupvormig vloeibaar worden; en ten anderen op de eigenschap, die
sommige ligchamen bezitten, om vochten tot zich te trekken of op te zuigen.
Dat de vensterruiten van eene kamer somtijds aangeslagen zijn, is een gevolg
van de afkoeling der dampen. — Is het winter, en heerscht er eene matigsterke
koude, dan worden de dampen dikwijls vast, dat is ys. Er zijn ligchamen, die
veel sterker dan glas de vochten tot zich trekken; vooral zijn te dezen aanzien door
ondervinding bekend : keukenzout, papier, perkament, darmsnaren, gedroogde
planten, vischgraten, enz., en deze kennis deed reeds vooreenigen tijd papieren
poppen zaïnenstellen, welke, als de lucht met buitengewoon vele dampen be-
zwangerd is, door middel van eene darmsnaar, een regenscherm over het hoofd
trekken, en het bij droog weder laten dalen; ot ook wel kooitjes, waarin vogel-
tjes, die bij schoon, droog weder op hun stokje spingen, bij vochtig weder het
verlaten; of holen, waarin een vos zich ophoudt, die alleen bij vochtig weder
buiten zijne woonstede verschijnt. Deze zijn alle bekend onder den naam van
wederpropheten. Verbeeldt u, om u een denkbeeld van de zamenstelling van
slechts eene enkele dier aardigheden te geven, een houten schijfje, oj) welks
kant eene groeve is, waarin eene darmsnaar ligt, die er met het eene einde op
is vastgemaakt en met het andere gehecht is aan eenig onbeweeglijk deel van
het werktuigje; laat dit plankje in het middenrusten opeen vertikaal veer-
krachtig staaQe, dat zich wel eenigzins in elkander laat wringen, maar ook
weer gemakkelijk zijne vroegere stelling terug neemt; denkt ten laatste, dat er
een popje op dit schij^e is gelijmd en wel nabij zijnen omtrek, en alsdan is het
grootste gedeelte van den wederpropheet in orde. De snaar, door de droogte
korter wordende, trekt het schijfje met zich om, en ten gevolge der vochtig-
heid in lengte toenemende, staat zij toe, dat het op nieuw zijne vorige stelling
inneme. In de beweging van het schij^e deelt ook het beeldje, de vos, de vogel,
enz. Eene der beste hygrometers is de haar-vochtmeter van Saussixre. Ilct voor-
naamste bestanddeel van dit werktuig is een menschenhaar, hetwelk van alle
vetdeelen ontbloot in een raam gespannen is, en door de vochtigheid der lucht
langer, door de droogte korter wordt. Deze verandering van lengte brengt een
radertje in beweging, waaraan een wijzer verbonden is, die den graad van voch-
tigheid aanwijst. De grenzen, waar tusschen zich de wijzer beweegt, zijn de
punten, die hij bereikte in een vat, dat geheel van binnen bevochtigd eu van
water omgeven was, en in een ander, waarinde lucht door eene groote hitte
van alle vochtdeelen was ontbloot. Ik moet hier in het voorbijgaan aanmerken.