Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
123.
koud water veroorzaakt! — Waardoor ontstaat dit verschijn-
sel? Ten gevolge van het eerste koken, was de lucht door
den damp uit den bol en hals gedreven, de stoom had er de
plaats van ingenomen; bij het omkeeren van den bol bleef die
stoom nog altijd op het water drukken, en belette het koken.
Door het opgieten van koud water verdikte zich de stoom tot
water, er ontstond dus boven het warme vocht eene luchtledige
plaats, de drukking was nu weggenomen, de warmtestof kon
derhah e de waterdeelen vaneen stooten, en het koken was er
een gevolg van.
Op deze wijze verkrijgt men zeer gemakkelijk eene luchtle-
dige ruimte boven de vloeistof, die men in het luchtledige wil
koken. Men laat er namelijk eerst een' stroom damp of stoom
boven spelen, welke de lucht verjaagt, verdikt dien stoom ver-
volgens door afkoeling tot water, en het doel is bereikt.
Eene andere fraaije proef rigt men op de volgende wijze in.
Men late zich eeu hol, koperen bolletje of poppetje van slechts
10 tot 12 kub. duim inhoud vervaardigen, dat overal gesloten
is. Het soldeersel, daarbij gebruikt, moet eene groote hitte kun-
nen wederstaan. ïn het bolletje of aan den mond van het pop-
petje make men nu eene opening, zoo groot als de knop eener
zeer kleine speld. Wanneer men dit werktuigje sterk, tot gloei-
jens toe verhit, zoo wordt er de lucht uittermate in verdund; legt men het nu,
met de opening naar beneden gekeerd, in een schoteltje met wijngeest, dan is
het weldra door de drukking des dampkrings geheel en al gevuld; dit is op zich
zelve reeds merkwaardig : men zou het op geene andere wijze hebben kunnen vul-
len ; houdt men het nu weder in het vuur, bij voorkeur in de vlam eener wijn-
geestlamp, dan verlaat de wijngeest het werktuigje weder, hij b^int te koken
en een hevige vuurstroom ontsnapt met geraas de naauwe opening. Men zou
het weder moeijelijk op eene andere wijze hebben kunnen ledigen.
Het is iets zeer opmerkelijks, dat de damp, waarin de warmte het water
verandert, zeer veel warmtestof met zich voert, in zich bindt of vastlegt,
zooals men gewoon is te zeggen. Bij kokend water maakt zich die damp van
al de warmtestof, die het water boven de 100® bezit, meester; dit is dan
ook de reden, waarom men water, op de gewone wijze kokende, niet heeter kan
maken dan bet is. In eene beslotene ruimte evenwel, waarin de stoom niet kau
ontwijken, kan men het water ongeloofehjk sterk verhitten. Dit blijkt bij het
koken van water in den papiniaanschen pot, alzoo genaamd naar den uitvinder
l'ajun, die in het midden der zeventiende eeuw in Duitschland leefde. Dit
werktuig is eigentlijk een uit zeer dik metaal vervaardigde cilinder ab c d (zie
fig. 124) met een deksel, hetwelk door eene ijzeren schroef e buitengewoon vast
kan gesloten worden. Ten einde het springen van den pot vóór te komen, indien