Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
del op, om de hoogte eener plaats boven het oppervlak der zee te leeren
kennen.
Verrassend is liet, "wanneer men door nadenken tot het een of ander ver-
schijnsel besluit, dat zich onder bepaalde omstandigheden moet opdoen, dit ook
proefondervindelijk bevestigd ziet. Doet in een bierglas tamelijk warm water,
dat nog verre beneden het kookpunt is. Zet dit water onder den ontvanger der
luchtpomp, dan zal het na weinige pompslagen, ten gevolge der opheffing van
den luchtdruk, met groot geweld beginnen te koken, even alsof het in de vrije
lucht over een sterk vuur stond. Dit koken zal echter spoedig ophouden, omdat
de uit het water ontwikkelde damp de klok opvult, en op het vocht even als
de dampkringslucht drukt; maar indien men opnieuw eenige pompslagen doet,
waardoor de damp wordt weggenomen, zoo ziet men het koken bij herhaling
beginnen ; krachtig bewijs inderdaad, dat vele vochten luchtvonnig zouden zijn,
indien zij van den druk des dampkrings waren ontheven.
Het hiernevens afgebeelde werktuig, den zoogenaamden polshnmcr (fig. 121),
rust op hetzelfde beginsel. Het bestaat uit eene glazen buis, waaraan twee bollen
a en 6 zijn geblazen. Het is luchtledig eu gedeeltelijk met wijngeest gevuld.
Houdt men een' der bollen in dc warme
Fig. 121. hand, zoo ziet men onverwijld het vocht
inden anderen vrij hevig koken. — Dit
zou evenwel met water niet zoo spoedig
geschieden, en dit bewijst, dat alle voch-
ten niet even ras tot damp overgaan. Dit
verschil in kookpunt van onderscheidene
vochten maakt het overhalen of distilleren mogelijk. Zoo scheidt zich bij de
verhitting wijngeest van water, water van eenige vreemde zelfstandigheden,
die er zich in bevinden, kwik van andere metalen, enz., omdat zij na elkander
luchtvormig worden.
Met goed gevolg heeft men het koken in het luchtledige toegepast op het raf-
fineren of zuiveren der suiker, het bereiden der geneesmiddelen, het trekken van
geestrijke vochten uit gistende mengsels, enz. ; en hierdoor heeft men niet al-
leen de zuiverheid en sterkte dezer stoffen zien toenemen, die anders voor een
groot gedeelte door de buitengewone hitte verloren gingen, maar men heeft
zich daardoor veel kosten aan brandstof bespaard.
Op de volgende wijze kan men aantoonen, welken invloed de drukking der
lucht of der dampen heeft op de verdamping zelve, en tevens hoe men door
koken eene luchtledige ruimte kan verkrijgen.
Men kookt water in een glazen kolf a (zie fig. 122), die slechts voor twee
derde deelen gevuld is. Zoodra het water goed kookt, neemt men den kolf van
het vuur, slaat er stevig eene kurk op, keert hem het onderste boven, (zie fig.
123) en het koken houdt nu geheel op. Nu giet men koud water boven op den
bol, en het koken begint op nieuw. Ziedaar dus een koken door bijbrengen van
10'