Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
208
voortgedrevenen zuiger aan eenen wagen te verbinden en de zaak is in orde.
Ik zou mij bedriegen, indien men niet al aanstonds Het groote bezwaar in-
zag, dat deze wijze van vervoer moet opleveren. Hoe toch kan men den zui-
ger aan den wagen vast maken ? Immers moet er daartoe eene sleuf of lange
opening over de lengte der buis gemaakt worden, die het onmogelijk maakt om
de lucht vóór den zuiger te verdunnen ? Dit oogenschijnhjk onoverkomelijk be-
zwaar is het eerst in 1842 door de heeren Clegg en Samuda in Engeland weg-
genomen. Ziehier op welke wijze.
De buis heeft over de geheele lengte eene sleuf of opening, wijd genoeg om
eene gebogene stang C door te laten, welke aau den meergemelden zuiger eu
onder aan eenen wagen bij P is vastgemaakt. Wij zullen deze stang de verbin-
ding s of koppclroede noemen. In beide figuren zijn dezelfde deelen door dezelfde
letters aangewezen. De genoemde sleuf is gesloten door kleppen b c(zie dc door-
snede) bestaande nit een stuk leder a, dat onder eu boven gedekt is door eene
ijzeren plaat c ea d. De eerste is breeder dan de sleuf, en sluit met het over-
reikende deel op de vooruitspringende groef o, terwijl de tweede plaat d juist in
de sleuf past. In de groef o bevindt zich was en vet, waardoor dekleppen lucht-
digt kunnen sluiten. Ten einde nu de aan de zuigerstang D D bevestigde ver-
bindingsroede C vrij door de sleuf te laten, de lucht alleen achter den zuiger B
drukkend te doen werken, cn haar niet vóór den zuiger A, te doen binnentre-
den, worden de kleppen, bij het voortbewegen van de roede C, slechts onmidde-
lijk v(h»r haar geopend, terwijl de zuiger B reeds vooruit is, en dit openen dus
geene uadeelige werking meer op dezen laatsten hebben kan. Hierdoor kan de
lucht slechts op de achtervlakte van den zuiger drukken, en als de stang
voorbij is de kleppen weder luchtdigt worden gesloten, ten einde alzoo voor eene
nieuwe luchtverdunning gereed te zijn. Dit openen en sluiten van de kleppen,
zoo na mogelijk voor en achter de roede C, wordt door de rollen 3, 2, 2 en 4
tot stand gebragt. Deze rollen draaijen tusschen twee platen ee, welke zich aan
iedere zijde van de zuigerstang D D bevinden (zie beide fig ). De eerste en laatste
rollen zijn iets kleiner dan de middelste; derhalve heffen 3 en 2 de kleppen
gelijkmatig op, tot de kromme stang C voorbij kan, terwijl 2 eu 4 ze even
gelijkmatig doen vallen, waardoor de sleuf weder gesloten is. Opdat deze slui-
ting naauwkeurig zij, worden de nedergevallen kleppen door eene achter C
aanwezige rol 5 met kracht naar beneden gedrukt, en het in de groeve o aan-
wezige smeersel was en vet, dat bij den gewonen warmtegraad hard is, gesmol-
ten, door de hitte van een' cilinder ƒ?, welke met kolenvuur is voorzien.
Het spreekt van zelve, dat de groote buis over de geheele lengte van den weg
uit verscheidene stukken moet bestaan, als ook dat die stukken niet allen te
gehjk met elkander gemeenschap kunnen hebben ; want dan zou op eenmaal in
die geheele zeer lange buis de lucht moeten verdund worden, en hiertegen zul-
en u zeker wel bezwaren voor den geest komen. De uitvinders hebben daarom
dé buis uit verscheidene kleinere zamengesteld, ieder van omtrent 3 el lengte