Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
l'ig. 117.
den naam van carlestaansche duikertjes, naar den grooten natuurkundige,
Descartes of Cartesius. Indien het glas b d niet wijd is, kan men de blaas weg-
laten en alleen door er de haiid op te leggen, het verschijnsel doen optreden,
r.n wat is er nu de reden van ? — Door het duwen op de blaas wordt de lucht
tusschen deze en het water zamengedrongen, daardoor wordt ook liet water
gedrukt, dit brengt de drukking over op de lucht in den bol, die even zeer
verdigt wordt, het vocht dringt daardoor in het bolletje, maakt het dien ten
gevolge soortelijk zwaarder dan water, en het zinkt. Neemt men de hand weg,
de lucht verkrijgt weder hare vorige uitgebreidheid, het water verlaat gedeelte-
lijk den bol en hij moet weder rijzen. Dit werktuig bewijst derhalve proefon-
dervindelijk de waarheid van vele der reeds o])genoemde eigenschappen van
de vloeistoffen : namelijk 1°. dat de drukking zich in alle rigtingen bij deze
verspreidt ; 2°. dat de lucht zJunendrukbaar is, daar zij in den bol eenen klei-
neren omvang ontvangt; 3°. dat zij veerkrachtig is, want de in den bol za-
mengeperste lucht zet zich naderhand weder uit; eu eindelijk wordt er de
stelling van Archimedes uitmuntend door opgehelderd.
Dc fontein van Jferon (zie fig. 117) dus genaamd naar een' werktuigkundige
in Alexandrie, die omstreeks 100 jaren voor Christus is
gestorven, berust geheei en al op hetzelfde beginsel als de
weltersche veiligheidsbuis (zie fig. 114c). Het zal den
lezer niet moeijelijk vallen de overeenkomst bij beiden op
te sporen. Deze fontein bestaat uit 3 bakjes a, b en c,
en uit drie buizen no, rs en vw. De eerste n o reikt van
den bodem des bovensten baks a tot nabij den bodem van
den ondersten c. De tweede rs verheft zich van het bo-
venste deel des baks c tot boven in den niiddelsten bak
b, en de derde buis v w loopt van den bodem des mid-
delsten baks b tot 2 of 3 duim boven den bovensten bak
a; deze laatste buis ontlast den springenden waterstraal.
Wil men nu deze fontein doen werken, dan giet men
eerst water in den bak b door de opening i, die men
daarna goed sluit. Insgelijks doet men nu water in den
bovensten bak a, en zoodra men dan het kraantje e open
draait, begint uit de opening v het water opwaarts tc
springen, en wel, het hoogst genomen, ^oo^er bo\en het
watervlak van den middelsten bak b, als het watervlak
van den bovensten bak a boven dat van den ondersten c verheven is. De reden
hiervan is deze : zoodra dc kraan e geopend is, stroomt het water uit den
bovensten bak a door de buis n o naar beneden; de lucht in c kan niet ont-
wyken dan door de buis r s, en wordt door eene kolom water gedrukt, van
de hoogte ac; deze drukking plant zich voort doorde buis rs, op de lucht, en
dus ook op het water, in 6, hetwelk langs tv uit de opening n ontsnapt. Het
HL