Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
201
Het wonlt tloor fig. 115 afgebeelil. Het bestaat hoofdzakelijk uit
de kolf rtfc, de loop c d en het slotstuk b c. De kolf a is hol en van koper of
gesmeed ijzer zamengesteld, zij kan door middel van het kanaal b c met den
loop c d gemeeiKschap verkrijgen. De lucht wordt door den zuiger e in de kolf
a zamengeperst, en daar digter gemaakt dan in haren gewonen toestand. Veel-
al schroeft men de kolf a van den loop af en door eene vcrdikkingsluchtpomp
verdigt men er dan de lucht 100 tot 130 voudig in. Zij kau uit a niet ont-
snappen, omdat de klep bij b zich van binnen naar buiten sluit. Zoodra nu
dc werking van den slothaan i die klep opent, en wel door middel van een pen-
netje, hetwelk tegen het klepje drukt, drijft de opgeslotene lucht met eene kracht,
gelijk aan 100 maal 103 pond drukking op elke vierkante palm, of met 100
pond voor eiken vierkanten duim, den ingeworpenen kogel c uit den loop, waar-
door dc snelheid en de kracht der ontlading zoo groot worden als die, welke
het büsbruid te weeg brengt; men bespeurt somtijds lichtverschijnselen aan
den mond van den loop. De inrigting van het slot is zoodanig, dat het boven-
genoenule pennetje, na het klepje b te hebben geopend, weder dadelijk terugwijkt,
opdat de klep zich onmiddellijk kunne sluiten. Met ééne lading luchts kan der-
hiilve meer tlan éénen kogel worden afgeschoten. Sommige windrocren hebben
eenen hollen kogel, die onder aan het slot is geplaatst; eerst wordt deze van
het geweer afgenomen, cn als er de lucht in verdigt is, op nieuw aan den loop
vastgeschroefd; voor het overige is de werking dezelfde.
Een ander werktuigje beeldt fig. 116 af. Een glazen bolletje a, waarin
van onder zich eene kleine opening bevindt, wordt gedeelte-
hg. 116. Jjjj. ^yatcr gevuld, en wel zoo ver, tot het soortelijk
iets ligter is dan water. Elk glazen bolletje of buisje, dat
van onder, waar de opening ligt, iets zwaarder is dan Ix)-
ven aan, kan hiertoe dienen. Nu dompelt men het in een hoog
glas c d, dat tot in b met water is gevuld; het is natuurlijk
dat het bolletje zich bijna onmerkbaar boven het watervlak
verheft. Thans sluit men het glas luchtdigt met eene blaas c,
en de toestel is gereed. Naar willekeur zal dit glazen bolletje
kunnen klimmen en dalen, en verbindt men er een soort van
schuitje aan, dan stelt het eenen luchtbol voor. Maar hoe
kan men nu dit bolletje naar welgevallen doen rijzen cn zak-
ken? Drukt men met de hand de blaas c een weinig inwaarts,
zoo zal het bolletje naad beneden gaan; neemt men de hand weg, het komt
weder naar boven. Aardiger wordt dit werktuigje, wanneer men, in plaats van
den bol, twee of meer glazen mannetjes neemt, die eenen dikken, hollen buik
en eene opening aan den hiel van een' der voeten hebben. Geeft men deze
popjteljes, door er veel of weinig water in te brengen, verschillend soortelijk
gewigt, dan wordt het bij het beurtelings neder drukken en opheffen vau de
hand eveneens, alsof deze mannetjes elkander vervolgen. Zij zijn bekend onder