Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
198
luj. 114«.
liind. Zij worden zoo genoemd, omdat zij bij droog weder water hebben en bij
sterken regen ledig loopen. Men gist, dat de bodem dezer bronnen waarschijn-
hjk met kanalen in verbinding staat, die op dergelijke wijze zich krommen als
dc hevel in den tantahis-beker.
behalve de zoogenaamde hongerbronnen heeft men nog afwisselende bronnen,
zulke namelijk, die met elk uur b. v., af- cn toenemen; uitstellende bronnen of
dezulken, die op soimuige tijden in het geheel geen water hebben. Heeft dit op
gezette tijden plaats, zoo noemt meu de bronnen periodiek. Al de verschijnselen,
die zich bij dergelijke bronnen opdoen, kan men iu de vooronderstelling, dat er
hevelvormige kanalen aanwezig zijn, voldoende verklaren. ^Merkwaardig is in
dat opzigt het Cirknitzer meer, in een gedeelte van Oostenrijk gelegen, hetwelk
men eene groote uitstellende bron zou kunnen noemen. In één jaar tijds vischt,
zaait, oogst en jaagt men iu dit meer.
i?e steekhevel oï wijnkooperspomp (zie fig. 114«) berust al mede op de werking
van de dampkringsdrukking. Dit werktuig bestaat uit eene
buis, welke in het midden of bovenaan van eene verbreeding of
vervfijding is voorzien. Het is van glas of metaal gemaakt, en
dient om vochten uit een vat op te heffen. Dompelt men
namelijk het dunne ondereinde in het vocht, sluit meu ver-
volgens met den duim de boven opening, en trekt men daarna
de pomp uit het vocht, zoo staat dit er zoo hoog iu als de
diepte bedraagt-, waartoe men de onderopening in het vocht
bragt. Houdt men nu een glas onder het naauwe einde, en
neemt meu den duim van boven weg, zoo valt de vloeistof uit
de buis iu het glas. Het kan niet moeijelijk ziju, om de reden
op te geven, waarom het vocht eerst den hevel verliet, toen
de bovenste opening werd ontsloten.
Op bladz. 143 is bij de verklaring der waterpers gespro-
ken van eene veiligheidsklep, waardoor men het springen van
den toestel kan voorkomen. In plaats van kleppen gebruikt
men tot hetzelfde einde, en dus ter voorkoming van ongelukken,
veiligheids buizen. Zulk eene vindt men in fig. 114^» voorgesteld.
Eene flesch wordt gesloten met eene kurk, die twee openingen
bevat, groot genoeg, om twee glazen buizen op te nemen. De
regte buis in de figuur is boven aan van een trechtertje voor-
zien, en dient tot twee einden. Vooreerst is zij het middel, om
er een vocht door in de flesch te gieten en ten andere kan zij
het springen der flesch voorkomen. Is er namelijk eene zelf-
standigheid, bij voorbeeld krijt of kalk in de flesch, waarop
verdund zwavelzuur, azijn of eenig ander zuur wordt gegoten,
zoo ontwikki'lt er zich een gas, dat men koolzuur noemt, van welk gas later in
meer bijzoiulerheden zal worden gesproken. Deze koolzure lucht kan door de